De kunst- en antiekhandel J. & S. Goldschmidt behoorde tot de vooraanstaande Duitse kunsthandels van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. De onderneming ontstond in Frankfurt am Main, waar de broers Jacob en Selig Goldschmidt in het midden van de negentiende eeuw begonnen met de verkoop van oude boeken, Judaica en kunstvoorwerpen, mogelijk al vanaf 1863.[1]

In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het familiebedrijf zich tot een internationaal opererende kunsthandel. Naast antiquiteiten werden schilderijen, beeldhouwwerken, edelsmeedkunst en andere kunstvoorwerpen verhandeld. In 1905 werd een vertegenwoordiging in New York geopend en vanaf 1921 beschikte de firma ook over een vestiging in Berlijn. Arthur Goldschmidt, een kleinzoon van een van de oprichters, trad in 1907 tot het bedrijf toe.[2]

Jan Miense Molenaer, Musicerend gezelschap in een interieur. Olieverf op paneel, 45,5 × 66,5 cm. Op de veiling van de hertog van Oldenburg aangeboden als Gerard van Honthorst; omstreeks 1924 bij J. & S. Goldschmidt.

Een internationale kunsthandel

Goldschmidt handelde op het hoogste niveau van de toenmalige Europese kunstmarkt. De firma onderhield contacten met verzamelaars, musea en andere kunsthandelaren in Europa en de Verenigde Staten. Een bijzonder voorbeeld van deze internationale positie is de betrokkenheid bij de beroemde Welfenschatz. J. & S. Goldschmidt maakte in 1929 deel uit van het consortium van kunsthandelaren dat deze belangrijke middeleeuwse kerkschat verwierf.[3]

Ook schilderijen van Nederlandse en Vlaamse Oude Meesters gingen door de handen van de firma. Hun provenance laat zien hoe werken vanuit oude adellijke en particuliere verzamelingen via de kunsthandel terechtkwamen bij nieuwe verzamelaars en uiteindelijk soms in museumcollecties.

Meester van de Magdalena-legende, Portret van een jonge prinses, waarschijnlijk aartshertogin Isabella. Olieverf op paneel. Afkomstig uit de verzameling van Albert Figdor; in 1930 voor 51.000 Reichsmark gekocht door Goldschmidt en vervolgens bij J. & S. Goldschmidt in Berlijn.[4]

Een goed voorbeeld is Anthony van Dycks Portret van Jacques Le Roy uit 1631. Het schilderij kwam in 1929 uit de Engelse collectie van Baron Brownlow op de markt en werd via J. & S. Goldschmidt verworven voor de collectie Thyssen-Bornemisza. Tegenwoordig bevindt het werk zich in het Museo Nacional Thyssen-Bornemisza in Madrid.[5]

Anthony van Dyck, Portret van Jacques Le Roy, 1631. Olieverf op doek, 117,8 × 100,6 cm. Omstreeks 1929 bij J. & S. Goldschmidt; vervolgens verworven voor de collectie Thyssen-Bornemisza.

Ook een klein duinlandschap van Jan van Goyen is nauwkeurig te volgen. J. & S. Goldschmidt verkocht het schilderij op 7 december 1927 aan de Amerikaanse verzamelaar Mrs. H.J. Lutcher Stark. Deze gedocumenteerde transactie is een goed voorbeeld van de rol die Duitse kunsthandelaren speelden bij de verplaatsing van Nederlandse Oude Meesters naar Amerikaanse collecties.[6]

Jan van Goyen, Duinlandschap met boerenwagen en reizigers. Olieverf op paneel, 16,5 × 13,7 cm. In 1927 bij J. & S. Goldschmidt in Frankfurt am Main.

Gedwongen einde onder het nationaalsocialisme

De opkomst van het nationaalsocialisme maakte uiteindelijk een einde aan het familiebedrijf. J. & S. Goldschmidt was een Joodse kunsthandel en kreeg vanaf 1933 steeds sterker te maken met de uitsluiting van Joden uit het Duitse economische en culturele leven.

Arthur Goldschmidt sloot de oorspronkelijke Berlijnse galerie in 1935 en vertrok in 1937 via Londen naar Parijs. In november 1937 liet de Reichskammer der bildenden Künste hem weten dat hij geen kunsthandel meer in Duitsland mocht drijven en dat de vestigingen in Frankfurt en Berlijn moesten worden gesloten. Begin 1938 werd de uitschrijving van de onderneming uit het handelsregister in gang gezet.[2]

In Parijs werd Arthur Goldschmidt vervolgens aandeelhouder en mede-directeur van Paul Graupe & Cie, samen met onder anderen de eveneens uit Duitsland uitgeweken kunsthandelaar Paul Graupe. Daarmee werd de handelsactiviteit buiten Duitsland voortgezet.[7]

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Voetnoten

[1] National Gallery of Art, Washington, provenance authority record J. and S. Goldschmidt; de NGA vermeldt de firma als opgericht in 1863.

[2] Institut national d’histoire de l’art (INHA), AGORHA, biografisch dossier Arthur Goldschmidt; geschiedenis van J. & S. Goldschmidt, de vestigingen in Frankfurt, New York en Berlijn en de gedwongen beëindiging van de firma.

[3] INHA/AGORHA, Arthur Goldschmidt; J. & S. Goldschmidt maakte deel uit van het consortium dat in 1929 belangen verwierf in de Welfenschatz.

[4] Sotheby’s London, Old Master & British Paintings Evening Sale, 4 juli 2012, lot 2, Master of the Magdalene Legend, Portrait of an Infant Princess; provenance: Albert Figdor, veiling Cassirer Berlijn, 29 september 1930, lot 49, verkocht aan Goldschmidt.

[5] Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Anthony van Dyck, Portrait of Jacques Le Roy, inv.nr. 135 (1929.9); verworven via J. & S. Goldschmidt voor de collectie Thyssen-Bornemisza.

[6] Christie’s, Jan van Goyen, A Dune Landscape with Peasants in a Horsedrawn Cart and Travellers Resting on a Path; provenance: J. & S. Goldschmidt, Frankfurt am Main; verkocht aan Mrs. H.J. Lutcher Stark op 7 december 1927.

[7] INHA/AGORHA, dossier Arthur Goldschmidt; Arthur Goldschmidt verwierf in 1937 aandelen in Paul Graupe & Cie te Parijs en behoorde vervolgens tot de directie van de firma.