Schaeffer Galleries behoorde gedurende een groot deel van de twintigste eeuw tot de internationaal gerespecteerde kunsthandels op het gebied van Oude Meesters. De firma werd in 1925 in Berlijn opgericht door de kunsthistoricus dr. Hanns Schaeffer (1886–1967) en zijn vrouw Kate Born Schaeffer (1898–2000). Hanns Schaeffer was overigens al sinds 1921 als galeriehouder in Berlijn actief.[1]

Aanvankelijk lag de nadruk sterk op Nederlandse en Vlaamse schilderkunst. Later werd het handelsgebied uitgebreid met schilderijen en tekeningen uit vrijwel alle belangrijke Europese scholen. Door de handen van Schaeffer gingen werken van kunstenaars als Botticelli, Lucas Cranach, Rubens, Frans Hals, Leonardo da Vinci en Rembrandt.[1]

Willem Claesz. Heda, Stilleven met een tinnen kan, een fluitglas, een zoutvat, omgevallen bekers, gebak en hazelnoten. Olieverf op paneel, 71 × 91,5 cm. Omstreeks 1948 bij Schaeffer Galleries.

Van Berlijn naar New York

Naast Berlijn exploiteerde Hanns Schaeffer gedurende enige tijd galeries in Londen en San Francisco. Na de emigratie van Hanns en Kate Schaeffer naar de Verenigde Staten ontstond in 1936 de New Yorkse vestiging. De Berlijnse galerie bleef nog tot 1939 actief. In New York groeide Schaeffer Galleries vervolgens uit tot een belangrijke schakel tussen de Europese kunsthandel en Amerikaanse verzamelaars en musea.[1][2]

Vanaf 1936 werkte Schaeffer bovendien nauw samen met de Nederlandse kunsthandel Firma D. Katz in Dieren. Tijdens de oorlogsjaren werden schilderijen van Katz op consignatie naar Schaeffer in New York gestuurd voor de Amerikaanse markt. Ook na de oorlog bleef het contact tussen beide firma’s bestaan.[1]

Albrecht Dürer, Four Heads. Bruine inkt op papier, 21 × 20 cm. Bij Schaeffer Galleries, Wiesbaden en New York, omstreeks 1956.

Oude Meesters en kennerschap

Schaeffer Galleries onderscheidde zich niet alleen door de kwaliteit van de aangeboden kunstwerken, maar ook door de kunsthistorische benadering van de handel. Tussen 1927 en 1950 organiseerden Hanns en Kate Schaeffer ongeveer twintig tentoonstellingen in Berlijn en New York. Daarbij verschenen verschillende wetenschappelijk opgezette catalogi.[1]

De galerie onderhield intensieve contacten met vooraanstaande kunsthistorici en museumconservatoren. In de correspondentie komen namen voor als Max J. Friedländer, Ludwig Burchard, Julius Held, Horst Gerson, Erwin Panofsky, Seymour Slive en Federico Zeri. Ook musea in de Verenigde Staten, Canada en Europa behoorden tot de clientèle.[1]

Pieter Brueghel II, Dansende boeren op een bruiloftsfeest in de open lucht. Olieverf op paneel, 32 × 46 cm. Via Genua omstreeks 1963 bij Schaeffer Galleries Inc.

De reputatie van de firma blijkt eveneens uit de museumcollecties waarin voormalige handelsvoorraad tegenwoordig wordt bewaard. Zo passeerden onder andere Correggio’s Salvator Mundi, tegenwoordig in de National Gallery of Art, en Leonardo da Vinci’s tekening A Bear Walking, tegenwoordig in het Metropolitan Museum of Art, de kunsthandel.[1][3]

Kate Schaeffer en het voortbestaan van de galerie

Na het overlijden van Hanns Schaeffer in 1967 werd Kate Schaeffer eigenaar en president van de galerie. Zij zette de onderneming nog ruim dertig jaar voort. Pas na haar overlijden in 2000 werd Schaeffer Galleries opgeheven.[1]

Salomon van Ruysdael, Rivierlandschap met een eendenjager in een roeiboot op de voorgrond. Olieverf op paneel, 54,5 × 77 cm. Omstreeks de jaren dertig verbonden met Schaeffer Galleries.

Een uitzonderlijk kunsthandelsarchief

Voor provenance-onderzoek is Schaeffer Galleries tegenwoordig bijzonder belangrijk doordat een groot deel van het bedrijfsarchief bewaard is gebleven. Het omvangrijkste bestand bevindt zich in het Getty Research Institute en documenteert de handelsactiviteiten vanaf de jaren twintig tot in de late jaren tachtig.[1]

Het archief bevat ongeveer 2.500 studiefoto’s van kunstwerken die door de galerie werden behandeld, aangevuld met circa duizend zwart-witnegatieven. Bij veel werken zijn gegevens over toeschrijving, provenance, aankoop, verkoop en prijzen bewaard gebleven. Daarnaast bestaan er kaartenbakken, kasboeken, tentoonstellingslijsten en uitgebreide correspondentie met verzamelaars, musea, kunsthistorici, restauratoren en andere handelaren.[1]

Ook The Frick Collection en de Archives of American Art bewaren afzonderlijke archiefbestanden van Schaeffer Galleries. Daardoor is de handelsgeschiedenis van deze firma aanzienlijk beter te reconstrueren dan die van veel andere twintigste-eeuwse kunsthandels.[2][4]

Atelier van Frans Hals, Portret van een zittende vrouw. Olieverf op doek. Via de verzameling Van Gelder in de jaren dertig bij Schaeffer Galleries. De naam Schaeffer komt bij verschillende werken uit de kring van Frans Hals voor in tentoonstellings- en provenancegegevens.

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Voetnoten

[1] Getty Research Institute, Schaeffer Galleries records, 1907–1988, bulk 1925–1980, acc. no. 910148; biografische geschiedenis en inventaris van het bedrijfsarchief.

[2] Archives of American Art, Smithsonian Institution, Schaeffer Galleries records, ca. 1921–1982; geschiedenis van de Berlijnse en New Yorkse galerie.

[3] Getty Research Institute, Schaeffer Galleries records; overzicht van belangrijke werken die door de firma werden behandeld, waaronder werken van Botticelli, Cranach, Correggio, Rubens, Frans Hals, Leonardo da Vinci en Rembrandt.

[4] The Frick Collection, Frick Art Research Library Archives, Schaeffer Galleries Records, MS.016; archief betreffende de bedrijfsvoering en handelsactiviteiten van Hanns en Kate Schaeffer.