Een schilderij dat ooit helder moet zijn geweest, kan na tientallen jaren opvallend bruin, geel of dof ogen. Vaak wordt dan naar de vernis gewezen. Maar wat is vernis precies, hoe herken je een verkleurde laag en kan die veilig worden verwijderd? Vooral dat laatste is minder eenvoudig dan het spectaculaire verschil tussen een foto vóór en na restauratie doet vermoeden.

Een witte kraag die eerder ivoorkleurig dan wit lijkt. Een blauwe lucht met een groenachtige zweem. Schaduwpartijen die steeds verder dichtlopen tot donkere, bruine vlakken. Bij oudere schilderijen die jarenlang in particuliere interieurs hebben gehangen, komen zulke verschijnselen regelmatig voor.

Een mogelijke oorzaak is verrassend eenvoudig: niet de verf zelf is zo sterk veranderd, maar een transparante laag die erboven ligt. Dat is de vernis. Bij oude schilderijen kan zo’n laag in de loop van tientallen jaren vergelen, vertroebelen of matter worden. Daardoor verandert niet alleen de kleur van het oppervlak. Ook contrast, diepte en de verhouding tussen lichte en donkere partijen kunnen veranderen.

Een schilderij kan daardoor letterlijk anders worden gelezen dan de kunstenaar het ooit bedoelde. Toch is voorzichtigheid nodig. Oppervlaktevuil, rook, oude retouches, veranderingen in pigmenten en bindmiddelen of eerdere restauraties kunnen een vergelijkbaar effect veroorzaken.

Vergeelde vernis kan een schilderij een warme, bruinachtige sluier geven. Vooral lichte en koele kleuren kunnen daardoor sterk veranderen.

Wat is vernis op een schilderij?

Bij veel olieverfschilderijen bevindt zich boven de verf een dunne transparante coating. Vernis heeft twee functies die gemakkelijk door elkaar worden gehaald. De eerste is bescherming. De verflaag wordt door de coating enigszins afgescheiden van stof, vuil en lichte oppervlakkige beschadiging. Maar minstens zo belangrijk is de optische functie.

Een vernislaag kan kleuren verzadigen en kleine verschillen in glans binnen het oppervlak egaliseren. Donkere kleuren krijgen meer diepte, schaduwen worden rijker en kleurverschillen kunnen duidelijker zichtbaar worden. Daarmee ontstaat meteen een merkwaardige situatie: dezelfde laag die een schilderij mooier leesbaar kan maken, kan dat beeld tientallen jaren later juist gaan verstoren.

Na verwijdering van sterk verkleurde vernis kunnen huidtonen, witten en koele kleuren veel helderder worden waargenomen.

Waarom wordt oude vernis geel?

Vooral traditionele natuurlijke harsvernissen veranderen tijdens het verouderingsproces. Ze kunnen vergelen of zelfs bruinachtig worden, brosser worden, barsten of plaatselijk een melkachtig of troebel uiterlijk ontwikkelen. De mate waarin dat gebeurt hangt onder andere af van de gebruikte hars, de manier waarop deze werd bereid en de omstandigheden waaronder het schilderij heeft gehangen.[1]

Licht speelt daarbij een rol. Dat betekent overigens niet dat een schilderij in een donkere kamer simpelweg van veroudering kan worden gevrijwaard. Ook harsen ondergaan na verloop van tijd chemische veranderingen. Bij een lichte vergeling hoeft het effect nauwelijks storend te zijn. Bij sterk verkleurde lagen kan het kleurbeeld echter aanzienlijk verschuiven.

Leg in gedachten een transparant geel vel over een afbeelding. Wit wordt warmer. Koele blauwen kunnen groener lijken. Subtiele roze en grijze tonen worden moeilijker van elkaar te onderscheiden. Donkere partijen krijgen een bruine sluier. Daar komt nog iets bij. Een verouderde vernis kan het verschil tussen licht en donker verminderen. Daarmee kan ook de indruk van ruimtelijkheid afnemen. Dat verklaart de soms spectaculaire foto’s van schilderijen tijdens restauratie.

Fijne barstjes aan het oppervlak kunnen in of boven de verflaag zichtbaar zijn. Craquelé alleen zegt echter weinig over de noodzaak tot restauratie.

Hoe kunt u thuis zien of een schilderij vergeelde vernis heeft?

Bekijk een schilderij bij goed, diffuus daglicht en kijk naar het oppervlak vanuit verschillende hoeken. Een algemene geelbruine zweem kan verdacht zijn, vooral wanneer lichte partijen opvallend crèmeachtig ogen en koele kleuren weinig helderheid meer hebben. Ook een oppervlak dat plaatselijk troebel, grijsachtig of opvallend ongelijk van glans is, kan wijzen op een verouderde coating.

Maar geen van deze verschijnselen bewijst dat vernis de oorzaak is. Een grauwe laag kan bijvoorbeeld oppervlaktevuil zijn. In schilderijen die jarenlang in huizen met tabaksrook, open haarden of veel kookdampen hingen, kan dat aanzienlijk zijn. Verkleuring kan bovendien ín de verf zitten. Sommige pigmenten en bindmiddelen veranderen zelf tijdens het ouder worden.

Oude retouches kunnen eveneens verkleuren en daardoor donkerder of juist lichter worden dan de omliggende oorspronkelijke verf. Ook craquelé zegt weinig over de toestand van de vernis. Fijne barstjes in een oud olieverfschilderij zijn niet automatisch een teken dat het schilderij moet worden schoongemaakt of gerestaureerd.

Een restaurator test een behandeling eerst op een zeer klein gedeelte van het schilderij om te beoordelen hoe vernis en verflaag reageren.

Hoe weet een restaurator dan waar de vernis ophoudt?

Een schilderijenrestaurator onderzoekt eerst het oppervlak en de conditie. Vervolgens worden op zeer kleine plaatsen tests uitgevoerd om vast te stellen welke materialen reageren. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of de vernis oplost. Minstens zo belangrijk is wat de verflaag doet.

Een geschikt reinigingssysteem moet de ongewenste laag voldoende kunnen beïnvloeden zonder daarbij de oorspronkelijke verf te verweken, op te lossen of anderszins te beschadigen. Dat kan zelfs binnen één schilderij verschillen. Een donkere verfpartij hoeft niet precies hetzelfde te reageren als een lichte huidtoon of een dun geschilderde lucht.

Onder vergroting kan de restaurator bovendien voortdurend controleren wat er aan het oppervlak gebeurt. UV-fluorescentie kan bij bepaalde traditionele harsvernissen helpen om oude vernis en sommige latere retouches van elkaar te onderscheiden.[2] Dat betekent niet dat iedere restauratie een omvangrijk technisch onderzoeksproject vereist. Bij veel particuliere schilderijen gaat het om zorgvuldig kijken, ervaring, lokale tests en gecontroleerd behandelen.

Een sterk vergeelde vernislaag kan het hele kleurbeeld beïnvloeden. Na verwijdering worden vooral koele en warme kleurverschillen, wolkenpartijen en details in de verte vaak duidelijker zichtbaar.

Waarom wordt een schilderij na restauratie ineens zoveel kleurrijker?

Een blauwe lucht die jarenlang grijsgroen leek, blijkt helder blauw. Een wit overhemd wordt werkelijk wit. Kleine figuren die nauwelijks zichtbaar waren komen los van de achtergrond. Daarbij gebeurt niet noodzakelijk iets met de oorspronkelijke verf. Integendeel: een belangrijk deel van het effect kan juist ontstaan doordat materiaal boven de verf wordt verwijderd.

Wanneer een sterk vergeelde vernis verdwijnt, verdwijnt ook de geelbruine filtering van het gehele kleurbeeld. Wordt vervolgens een nieuwe, heldere vernis aangebracht, dan worden de kleuren opnieuw verzadigd. Het schilderij kan daardoor veel kleurrijker lijken zonder dat een restaurator die oorspronkelijke kleuren opnieuw heeft geschilderd.

Wel kan retouche onderdeel van een behandeling zijn. Oude beschadigingen, verliezen of eerdere slecht verkleurde restauraties kunnen na reiniging duidelijk zichtbaar worden. Een restaurator kan zulke lacunes vervolgens plaatselijk retoucheren. Daarom is de simpele uitspraak dat bij restauratie “de oorspronkelijke kleuren terugkomen” net iets te gemakkelijk.

Een schilderij van tweehonderd of driehonderd jaar oud is ook onder de vernis verouderd. Pigmenten, bindmiddelen en verfstructuren kunnen eveneens veranderd zijn. Restauratie draait de klok niet terug tot de dag waarop de kunstenaar zijn penseel neerlegde. Ze kan wel een sterk verkleurde laag verwijderen die ons zicht op de nog aanwezige verf verstoort.

Tijdens een professionele reiniging wordt steeds in kleine zones gewerkt. Waar een vergeelde vernislaag wordt verwijderd, kunnen kleur, contrast en details duidelijker zichtbaar worden, zonder dat de oorspronkelijke verf opnieuw wordt aangebracht.

Waarom zitten er soms meerdere vernislagen op een schilderij?

Bij een oud schilderij moeten we eigenlijk oppassen met spreken over de vernislaag. Veel werken zijn in hun bestaan vaker behandeld. Een schilderij kan ooit zijn schoongemaakt en opnieuw gevernist. Bij een volgende restauratie kan een deel van de eerdere vernis zijn blijven zitten. Retouches kunnen tussen verschillende verniscampagnes terechtkomen. Soms werd een nieuwe laag simpelweg over een oudere aangebracht.

Zo kan in de loop van honderd of tweehonderd jaar een opeenvolging ontstaan van oorspronkelijke verf, oude vernis, restauratie, nieuwe vernis en opnieuw retouche. Voor de eigenaar is dat belangrijk omdat een schoonmaakbeurt onverwachte dingen zichtbaar kan maken. Onder een donkere vernis kan een goed bewaarde verflaag schuilgaan. Maar er kunnen evengoed oude slijtage, verkleurde retouches of overschilderingen tevoorschijn komen.

Vernissen bestaan in verschillende glansgraden. Een glanzender oppervlak kan kleuren sterk verzadigen en donkere partijen diepte geven. Een matter oppervlak verstrooit meer licht en geeft daardoor een andere indruk van de verf. Welke glans passend is, hangt echter ook af van de kunstenaar, de periode en de schildertechniek.

Heeft ieder olieverfschilderij vernis?

Veel olieverfschilderijen zijn gevernist, maar zeker niet allemaal. Sommige zijn slechts gedeeltelijk gevernist en bij andere werken hoorde een ongevernist of mat oppervlak juist bij de bedoelde uitstraling.[3] Bovendien kan een schilderij tegenwoordig geen vernis meer hebben terwijl er vroeger wel een aanwezig was, bijvoorbeeld na een oude restauratie.

Een schilderij bestaat uit meerdere lagen. Boven de verf kunnen vernis en latere retouches aanwezig zijn; juist daarom moet bij reiniging zorgvuldig worden vastgesteld welke laag wordt verwijderd.

Kan vergeelde vernis de waarde van een schilderij beïnvloeden?

Ja, maar vernis en waarde hebben geen eenvoudige één-op-éénrelatie. Een sterk vergeelde of troebele coating kan een schilderij commercieel onaantrekkelijker maken doordat kleur, contrast en detaillering slecht leesbaar zijn. In conditierapporten van de internationale veilinghuizen wordt verkleurde, troebele of oude vernis daarom regelmatig afzonderlijk vermeld.

Maar een schilderij wordt niet automatisch meer waard zodra die laag wordt verwijderd. Een goed bewaarde verflaag onder een sterk verkleurde vernis kan na behandeling aanzienlijk beter tot zijn recht komen. Maar reiniging kan eveneens oude abrasie, verliezen en omvangrijke restauraties zichtbaar maken. Voor de markt is de conditie van de oorspronkelijke verf uiteindelijk belangrijker dan het feit dat er wel of geen gele vernis op zit.

Wie overweegt een mogelijk belangrijk schilderij te verkopen, doet er daarom verstandig aan niet eerst op eigen initiatief een ingrijpende restauratie te laten uitvoeren. Een goede restaurator kan de toestand beoordelen; een kunstmarktspecialist kan vervolgens helpen bepalen of behandeling vóór een eventuele verkoop wenselijk is.

Wanneer is onderzoek zinvol?

Een bruinige zweem alleen is geen noodsituatie. Een schilderij kan tientallen jaren met een verkleurde vernis stabiel aan de muur hangen. Vernisafname is geen onderhoudsbeurt die periodiek moet worden uitgevoerd.

Een beoordeling wordt vooral interessant wanneer het schilderij opvallend donker of troebel is geworden, wanneer kleuren slecht leesbaar zijn, wanneer er sterk ongelijke glans voorkomt of wanneer oude restauraties zichtbaar verkleurd zijn. Bij opstaande verf, losse schilfers, nieuwe barsten of daadwerkelijk materiaalverlies ligt de prioriteit elders. Dan gaat het niet meer primair om esthetiek, maar om de stabiliteit van het schilderij.

Eerst kijken, dan behandelen

Vernis behoort tot de merkwaardigste onderdelen van een schilderij. Wanneer zij helder is, merken we haar nauwelijks op. Wanneer zij veroudert, kan zij ons beeld van de verf eronder volledig veranderen. Een oud schilderij dat donker, geel of dof oogt kan daarom na professionele behandeling verrassend helder blijken te zijn.

Het oppervlak dat wij zien kan bestaan uit verf, vernis, vuil, retouches en resten van eerdere restauraties die gedurende tientallen of honderden jaren over elkaar heen zijn gekomen. De eerste vraag zou daarom nooit moeten zijn: waarmee krijg ik dit schoon? Maar: waar kijk ik eigenlijk naar?

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Noten en bronnen

[1] Canadian Conservation Institute, Caring for Paintings, onderdeel “Varnishes”. Over natuurlijke harsvernissen, vergeling, verschillen tussen harssoorten en moderne synthetische vernissen.

[2] The National Gallery, London, “Ultraviolet fluorescence”. Traditionele natuurlijke harsvernissen zoals mastiek en dammar kunnen karakteristiek fluoresceren onder UV; sommige latere retouches kunnen daardoor eveneens beter zichtbaar worden.

[3] Canadian Conservation Institute, Know Your Paintings – Structure, Materials and Aspects of Deterioration.