Een raster van houten latten op de achterzijde van een oud paneelschilderij oogt degelijk en constructief. Dat was ook precies de bedoeling. Parkettering moest kromtrekken tegengaan en beschadigde panelen stabiliseren. Inmiddels weten conservatoren dat dezelfde constructie onder bepaalde omstandigheden juist scheuren, vervorming en spanningen kan veroorzaken. Toch is een parkettering niet automatisch slecht, en verwijderen is evenmin vanzelfsprekend de beste oplossing.

Op de achterkant van een paneelschilderij kan een bijna meubelachtig raster van houten latten zitten. Sommige latten zijn rechtstreeks met het paneel verbonden; andere lopen daar dwars doorheen. In de kunsthandel wordt zo’n constructie doorgaans een parkettering genoemd, naar het Franse parquetage. In Engelstalige conservationliteratuur is cradle of cradling gebruikelijk.

De constructie kan indrukwekkend ambachtelijk zijn. Regelmatige latten, zorgvuldig uitgefreesde verbindingen en soms zelfs afgeschuinde kanten geven de indruk dat iemand het paneel bijzonder degelijk heeft verstevigd. Dat is op zichzelf juist: een parkettering werd aangebracht om een houten schilderij structureel te ondersteunen. De interessante vraag is waarom een techniek die bedoeld was om schade te voorkomen, tegenwoordig geregeld zelf als onderdeel van het conditieprobleem wordt beschouwd.

Achterzijde van The Crucifixion van Allegretto di Nuzio. De opname laat zien hoeveel de huidige achterzijde van een historisch paneel kan verschillen van de oorspronkelijke constructie.

Wat is een parkettering precies?

Een cradle is een raster van horizontale en verticale houten of metalen elementen op de achterzijde van een beschilderd houten paneel. De oorspronkelijke bedoeling was vervorming tegen te gaan zonder de natuurlijke uitzetting en krimp van het paneel volledig te blokkeren.[1]

Bij het klassieke systeem worden latten in de richting van de houtnerf op de achterzijde gelijmd. Door deze vaste latten lopen dwarslatten die niet aan het paneel zijn vastgelijmd en in theorie heen en weer kunnen schuiven. Dat laatste is essentieel. Het systeem probeert twee tegenstrijdige doelen met elkaar te verenigen: het paneel vlak houden én het hout ruimte geven om in de breedte te bewegen.

Waarom die beweging nodig is, wordt duidelijk zodra we het paneel niet als een stilstaande plank beschouwen, maar als een hygroscopisch materiaal. Hout neemt waterdamp uit de lucht op en staat die weer af. Bij veranderingen in relatieve luchtvochtigheid veranderen ook de afmetingen en soms de kromming van een paneel. De grondering en verflaag die erop liggen reageren daar niet op exact dezelfde manier op. Juist die combinatie maakt historische paneelschilderijen constructief complex.[2]

Een parkettering was dus geen willekeurige ingreep. Zij probeerde een reëel probleem op te lossen.

Achterzijde van The Funeral of Lucretia van de Master of Marradi. Bij brede houten panelen is goed zichtbaar hoe een latere ondersteuningsconstructie de natuurlijke beweging van meerdere delen van de drager probeert te beheersen.

Waarom wilde men een oud paneel zo graag vlak hebben?

De verstelbare of schuivende parkettering heeft een lange restauratiegeschiedenis. Een belangrijk vroeg voorbeeld is de Franse restaurator Jean-Louis Hacquin. Op Rubens’ La Kermesse in het Louvre werd in 1770 door Hacquin een schuivende cradle aangebracht. Negentiende-eeuwse beschrijvingen laten zien dat de methode bewust was ontworpen om een rechtgetrokken paneel vlak te houden, terwijl de dwarslatten beweeglijk moesten blijven.[3]

De techniek werd in de negentiende eeuw breed geaccepteerd en bleef op sommige plaatsen tot ver in de twintigste eeuw in gebruik. Onderzoek naar de collectie van het Frans Hals Museum laat bijvoorbeeld zien dat daar nog tot in de jaren vijftig panelen werden geparketteerd.[4]

Dat historische perspectief is belangrijk. Wie tegenwoordig een zware parkettering ziet, kan gemakkelijk concluderen dat een vroegere restaurator het kunstwerk verkeerd heeft behandeld. Dat doet geen recht aan de toenmalige praktijk. Parkettering gold lange tijd juist als een professionele oplossing voor scheuren, kromming en instabiele paneelverbindingen.

Achterzijde van Charles-Louis Verboeckhovens Beurtvaarder (1829). Een parkettering kan inmiddels zelf onderdeel zijn geworden van de historische toestand van een schilderij.

Het ingrijpendste deel zit soms onder de latten

Een klassieke parkettering vereiste een relatief vlakke achterzijde. Een oud paneel dat dik, ongelijk of sterk gekromd was, werd daarom vaak eerst afgevlakt en verdund. Dat is een veel ingrijpender handeling dan het houten raster op het eerste gezicht suggereert.

Een dikke plank heeft veel meer eigen stijfheid dan een plaat hout van enkele millimeters. Door een paneel drastisch te verdunnen wordt het gemakkelijker vlak te krijgen, maar het wordt tegelijkertijd veel afhankelijker van de hulpconstructie die daarna wordt aangebracht. De combinatie van extreme verdunning en een relatief inflexibele parkettering kan uiteindelijk tot scheuren en vervormingen leiden.[5]

Wanneer wordt de parkettering zelf het probleem?

Een goed ontworpen traditionele parkettering veronderstelt dat de dwarslatten kunnen schuiven. In werkelijkheid kan dat mechanisme na verloop van tijd slechter functioneren. Hout vervormt, onderdelen kunnen klem komen te zitten en wrijving kan toenemen. Zodra de beweeglijke delen vastlopen, probeert het oorspronkelijke paneel nog steeds te krimpen of uit te zetten, terwijl het raster die beweging plaatselijk tegenhoudt. Daar ontstaan spanningen.

In de praktijk kunnen daarom verschijnselen voorkomen als scheuren in het hout, geopende plankverbindingen, plaatselijke golving, vervorming van het oppervlak en schade in grondering of verflaag. Maar het oorzakelijk verband moet per object worden onderzocht. Een scheur naast een parketteringslat bewijst niet automatisch dat de parkettering die scheur heeft veroorzaakt.[6]

Ook klimaat blijft een essentiële factor. Snelle of grote veranderingen in relatieve luchtvochtigheid kunnen maatveranderingen, kromtrekken en verdraaiing van houten panelen veroorzaken. Een parkettering opereert dus niet los van de omgeving; het gedrag van het hele systeem hangt mede af van de klimatologische geschiedenis van het schilderij.[2]

Op de parkettering bevinden zich rode lakzegels, waaronder een collectiezegel van de Parijse kunsthandelaar Charles Sedelmeyer, een voorbeeld van hoe een latere constructie zelf provenance-informatie kan bewaren.

Soms bewaart een parkettering juist historische informatie

Een parkettering is bovendien niet uitsluitend een technisch obstakel. Nadat zij honderd of tweehonderd jaar op een schilderij heeft gezeten, kan zij zelf onderdeel van de objectgeschiedenis zijn geworden.

Dat is precies waarom een parkettering niet zonder documentatie mag worden beschouwd als hinderlijk timmerwerk dat eenvoudig verwijderd kan worden. Een lat, stempel, zegel of oude reparatie kan informatie bevatten over waar en wanneer een schilderij werd behandeld, vervoerd of verhandeld. Tegelijkertijd kan de eerdere verdunning van het paneel informatie voorgoed hebben vernietigd. Originele gereedschapssporen, paneelverbindingen, opschriften en andere kenmerken van de oorspronkelijke achterzijde kunnen door afschaven verdwenen zijn.

Wat betekent een parkettering voor een verzamelaar?

Hoe dik is het oorspronkelijke paneel nog? Zijn de dwarslatten vrij beweeglijk of lijken zij vastgelopen? Zijn er oude scheuren of geopende voegen zichtbaar? Lopen vervormingen samen met de rasterstructuur? Zijn er eerdere reparaties? Is de constructie zelf historisch gedocumenteerd? En vooral: is het paneel momenteel stabiel?

Op gewone foto’s kan daarvan slechts een deel betrouwbaar worden beoordeeld. Een houten raster is zichtbaar. Een scheur soms ook. Maar of er intern spanning staat, of een verbinding actief beweegt en of de verflaag daadwerkelijk instabiel is, vereist fysieke inspectie. Strijklicht kan oppervlaktevervormingen duidelijker maken.

Ook voor de markt is nuance noodzakelijk. Een geparketteerd paneel is geen automatische afwijzingsgrond, net zo min als een ongeparketteerd paneel automatisch in oorspronkelijke of superieure conditie verkeert. Bij een belangrijk oud schilderij wegen kwaliteit, toeschrijving, zeldzaamheid, provenance en de daadwerkelijke conditie van het object gezamenlijk. Een historische structurele ingreep moet daarom worden begrepen, niet alleen geregistreerd.

Geparketteerde achterzijde van The Rape of Lucretia van de Master of Marradi. Niet de parkettering op zichzelf, maar de interactie tussen het raster, het oorspronkelijke hout en het klimaat bepaalt of de constructie problematisch wordt.

De achterkant als restauratiegeschiedenis

De beste manier om naar een parkettering te kijken is uiteindelijk niet als naar een defect, maar als naar een historische ingreep waarvan de huidige gevolgen moeten worden vastgesteld.

Zij kan laten zien hoe vroegere generaties restauratoren over paneelschilderijen dachten. Een krom paneel moest vlak worden. Scheuren moesten worden tegengehouden. Een zware houten constructie gold als bescherming. Pas door langdurige observatie en materiaaltechnisch onderzoek werd duidelijk dat een houten drager nooit volledig stilstaat en dat een te rigide systeem spanningen kan verplaatsen in plaats van oplossen.[6]

Daarom is de vraag niet: is deze parkettering goed of slecht? Juist bij oude panelen is terughoudendheid geen gebrek aan conclusie. Het is vaak de meest nauwkeurige vorm van objectonderzoek.

De relevante vragen zijn: wat is met het oorspronkelijke paneel gebeurd toen zij werd aangebracht, hoeveel beweging laat zij nu toe, welke schade is daadwerkelijk met haar functioneren in verband te brengen en welke historische informatie zou bij een nieuwe ingreep verloren kunnen gaan?

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Noten en bronnen

[1] Canadian Conservation Institute, Condition Reporting – Paintings. Part III.

[2] Debra Daly Hartin / Canadian Conservation Institute, Know Your Paintings – Structure, Materials and Aspects of Deterioration, 2016/2017; National Gallery, London, Paintings and their Environment.

[3] J. Paul Getty Museum / Getty Conservation Institute, The Structural Conservation of Panel Paintings: Proceedings of a Symposium at the J. Paul Getty Museum, Los Angeles, 1998.

[4] Jessica Roeders, “The History of Cradling in the Frans Hals Museum, Haarlem”, in Alan Phenix en Sue Ann Chui (red.), Facing the Challenges of Panel Paintings Conservation: Trends, Treatments, and Training, Getty Conservation Institute, Los Angeles, 2011.

[5] National Gallery, London, “Conservation revealed: The Virgin and Child with Saints by Giovanni Martini da Udine”, augustus 2019.

[6] Al Brewer en Colin Forno, “Moiré Fringe Analysis of Cradled Panel Paintings”, Studies in Conservation, 42:4, 1997, pp. 211–230.