Nooit was het eenvoudiger om te zien wat een oude meester eerder op een veiling heeft opgebracht. Dat heeft de informatievoorsprong van de handel verkleind, maar de waardering van schilderijen niet eenvoudiger gemaakt. Juist bij oude meesters kan een openbaar resultaat een hardnekkig prijsanker worden, terwijl toeschrijving, conditie, provenance en kunsthistorische status inmiddels wezenlijk zijn veranderd.
In oktober 2021 verscheen bij Christie’s Amsterdam een klein paneel met The Adoration of the Kings. Het was gecatalogiseerd als Circle of Rembrandt, geschat op €10.000–15.000 en verkocht voor €860.000 inclusief kosten.
Twee jaar later kwam hetzelfde paneel bij Sotheby’s in Londen. Nu niet meer als Circle of Rembrandt, maar als Rembrandt Harmensz. van Rijn (1606–1669). De estimate was opgelopen tot ongeveer €12–17,5 miljoen ($12,5–18,8 miljoen). Op 6 december 2023 bracht het schilderij circa €12,8 miljoen ($13,8 miljoen) inclusief buyer’s premium op.[1]
Wie alleen de twee resultaten vergelijkt, ziet een stijging van €860.000 naar bijna €13 miljoen. Maar eigenlijk vergelijkt hij twee verschillende marktobjecten. Het paneel was hetzelfde. De naam erboven niet. Bij oude meesters kan dat vrijwel alles bepalen.

‘Maar hij heeft toch maar €80.000 opgebracht?’
Een schilderij wordt aangeboden, iemand zoekt het op zijn telefoon en enkele minuten later ligt de oude veilingprijs op tafel. Dat is nuttige informatie. Het probleem ontstaat wanneer de beoordeling daar eindigt. Want wat werd er destijds precies verkocht?
Was de attribution dezelfde? Was het schilderij toen al schoongemaakt? Was de provenance volledig bekend? Was het gepubliceerd? Hoe werd het binnen het oeuvre geplaatst? Was er overschildering of vergeelde vernis? En werd het destijds überhaupt door de juiste mensen bekeken? Bij oude meesters wordt daarmee de prijs bepaald.
Een database onthoudt feilloos dat een schilderij in 2008 €60.000 opbracht. Veel minder zichtbaar is dat het toen als studio of werd verkocht, sindsdien is gerestaureerd, technisch onderzocht en na nieuw kunsthistorisch onderzoek anders wordt beoordeeld.
De vorige prijs wordt onderdeel van het schilderij
Daar zit een van de belangrijkste gevolgen van de digitalisering. Een openbare verkoop reist tegenwoordig met een schilderij mee. Zoals we kijken wie het in 1920 bezat of bij welke handelaar het in 1960 passeerde, kijken we inmiddels bijna automatisch wat het in 2005, 2012 of 2018 opbracht. Die prijsgeschiedenis begint op een tweede provenance te lijken.
Maar een verkoopprijs is iets anders dan provenance. Zij vertelt wat een groep bieders onder bepaalde omstandigheden op één moment bereid was te betalen. Toch blijkt een eerdere prijs invloed te kunnen houden. Een vorige verkoopprijs kan zowel volgende waarderingen als biedgedrag beïnvloeden.[2] Voor oude meesters is dat mechanisme extra relevant. Het schilderij kan tussen twee verkopen kunsthistorisch wezenlijk veranderen, terwijl de markt het oude getal blijft onthouden.

Wat er tussen twee verkopen gebeurt
Anthony van Dycks Portrait of a Carmelite Monk laat dat goed zien. In juli 2011 werd het bij Sotheby’s Londen aangeboden als een vroeg werk van Van Dyck, ontstaan in de periode waarin hij in de omgeving van Rubens werkte. De estimate bedroeg ongeveer €670.000–890.000 ($970.000–1,29 miljoen). Het schilderij bracht circa €800.000 ($1,15 miljoen) inclusief premium op.
Elf jaar later verscheen het opnieuw, nu bij Christie’s. In de tussentijd was het schilderij geen nauwelijks bekende ontdekking gebleven. Het was tentoongesteld in de Frick Collection tijdens Van Dyck: The Anatomy of Portraiture en had ook in het Metropolitan Museum of Art gehangen. De positie binnen Van Dycks vroege oeuvre was beter onderbouwd.
In 2022 bracht het ongeveer €4 miljoen ($4,05 miljoen) op.[3] Wie alleen de prijzen ziet, concludeert dat het schilderij in elf jaar vijfmaal zo duur werd. Maar dat is niet het hele verhaal. Tussen beide verkopen werd het werk bekeken, onderzocht, vergeleken en tentoongesteld. Een betere attribution, een overtuigender provenance, technisch onderzoek, restauratie of opname in een belangrijke tentoonstelling kan de positie van een schilderij wezenlijk veranderen.
Het hardnekkigste woord: ‘unsold’
Nog lastiger wordt het wanneer achter een schilderij geen prijs maar één woord blijft hangen: unsold. Vroeger verdween een mislukte veiling uiteindelijk in oude catalogi en in het geheugen van degenen die de verkoop hadden gevolgd. Nu blijft zo’n resultaat jarenlang vindbaar. Dat kan een schilderij gaan achtervolgen.
Een nieuwe estimate wordt met de oude vergeleken. Kopers vragen waarom het werk destijds niet verkocht. Wanneer hetzelfde schilderij meerdere keren onverkocht verschijnt, kan de marktgeschiedenis uiteindelijk bijna belangrijker worden dan het schilderij zelf.
We zien vooral wat openbaar is
Door de enorme hoeveelheid online veilingresultaten ontstaat gemakkelijk de indruk dat we tegenwoordig bijna de gehele kunstmarkt kunnen overzien. Dat kunnen we niet. We zien vooral de openbare veilingen. Private dealertransacties en private sales van veilinghuizen blijven veel minder zichtbaar. Volgens het Art Basel and UBS Global Art Market Report 2026 bedroeg de wereldwijde dealeromzet in 2025 naar schatting $34,8 miljard, tegenover $20,7 miljard bij openbare veilingen.[4]
Juist bij oude meesters is dat verschil relevant. Belangrijke schilderijen kunnen decennialang via de private handel bewegen zonder dat een definitieve verkoopprijs openbaar wordt. Ze kunnen van collectie naar collectie gaan, door een museum onderhands worden gekocht of door een handelaar worden geplaatst zonder dat de markt precies weet voor welk bedrag.
De openbare veilingdatabase bevat daarom niet noodzakelijk de volledige marktinformatie. Zij bevat vooral de marktinformatie die het gemakkelijkst zichtbaar is.

De zichtbare marge
Datzelfde probleem speelt wanneer een handelaar een schilderij aanbiedt dat enkele jaren eerder op een veiling is verkocht. Stel: in 2022 bracht het €100.000 op. Drie jaar later staat het bij een handelaar voor €225.000. Maar €125.000 verschil is nog geen marge.
De vraagprijs is niet noodzakelijk de uiteindelijke verkoopprijs. Daartussen kunnen restauratie, transport, verzekering, onderzoek, fotografie, framing, financiering, beurskosten en jaren voorraad liggen. Bij oude meesters komt daar nog iets anders bij: kennis kan daadwerkelijk waarde toevoegen.
Wie herkent dat een oude attribution niet overtuigt? Wie reconstrueert de provenance? Wie laat het schilderij reinigen, technisch onderzoeken en door de juiste specialist bekijken? Eén oude veilingprijs vertelt evenmin hoeveel er werkelijk is verdiend.
Meer informatie maar niet noodzakelijk meer zekerheid
De informatieasymmetrie tussen handelaar en koper is kleiner geworden. Maar er is een merkwaardig neveneffect. Juist omdat het cijfer zo gemakkelijk vindbaar is, krijgt het soms meer autoriteit dan de informatie die veel moeilijker te beoordelen is. De prijs staat onmiddellijk op het scherm.
De conditie niet, de kwaliteit niet en de reden voor een gewijzigde attribution niet. Daarmee ontstaat bij oude meesters een paradox. We beschikken over meer prijsinformatie dan ooit, maar hebben daardoor niet minder behoefte aan connoisseurship. Hoe gemakkelijker het wordt om twee resultaten naast elkaar te zetten, hoe belangrijker de vraag wordt of de schilderijen werkelijk vergelijkbaar zijn. De waarde van een schilderij staat daarmee nooit vast.
Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.
Noten en bronnen
[1] Sotheby’s, Old Master & 19th Century Paintings Evening Auction, Londen, 6 december 2023, lot 11, Rembrandt Harmensz. van Rijn, The Adoration of the Kings. Het werk was in oktober 2021 bij Christie’s Amsterdam verkocht als Circle of Rembrandt voor €860.000 inclusief kosten.
[2] Alan Beggs en Kathryn Graddy, “Anchoring Effects: Evidence from Art Auctions”, American Economic Review, 99, nr. 3, 2009, p. 1027–1039.
[3] Sotheby’s, Old Master & British Paintings Evening Sale, Londen, 6 juli 2011, lot 21, Anthony van Dyck, Portrait of a Carmelite Monk, Head and Shoulders; Christie’s, Old Masters Evening Sale, Londen, 7 juli 2022, lot 10.
[4] Clare McAndrew, The Art Basel and UBS Global Art Market Report 2026, Arts Economics, Art Basel en UBS, 2026.