De oorsprong van kunsthandel Rosenberg & Stiebel ligt in het negentiende-eeuwse Frankfurt am Main. Daar begon Jakob Rosenbaum rond 1860 met een handel in kunst en antiquiteiten, aanvankelijk vooral gericht op porselein, keramiek en middeleeuwse en renaissancekunst.[1]
Onder Jakobs zoon Isaak Rosenbaum verschoof het zwaartepunt steeds sterker naar schilderijen van Oude Meesters. Omdat Isaak geen kinderen had, werden verschillende neven bij de onderneming betrokken, onder wie Saemy en Raphael Rosenberg en Hans en Eric Stiebel. Daarmee ontstond een familiebedrijf dat uiteindelijk in meerdere Europese steden en in New York actief zou worden.

Van Frankfurt naar Amsterdam, Londen en Parijs
Met de opkomst van het nationaalsocialisme werd de positie van de Joodse familie in Duitsland steeds moeilijker. Isaak Rosenbaum verplaatste een belangrijk deel van de activiteiten naar Amsterdam. Daar opereerde de familie onder meer via N.V. Internationale Antiquiteitenhandel en later I. Rosenbaum N.V. De Amsterdamse firma bleef tot na de Tweede Wereldoorlog bestaan.[2]
Tegelijkertijd ontstond een internationaal netwerk van verwante ondernemingen. Saemy en Raphael Rosenberg openden een galerie in Londen, terwijl Hans Stiebel in Parijs actief was met Stiebel et Cie. Hij specialiseerde zich daar in het bijzonder in Franse achttiende-eeuwse meubelen en kunstnijverheid.

Rosenberg & Stiebel in New York
In 1939 vertrok Eric Stiebel naar New York en richtte daar Rosenberg & Stiebel op. Na de oorlog sloten Saemy Rosenberg en Hans Stiebel zich bij hem aan. Vanuit New York ontwikkelde de firma zich tot een belangrijke schakel tussen Europese particuliere collecties en de snel groeiende Amerikaanse museummarkt.[1]
De kunsthandel bevond zich daarmee in het hoogste segment van de internationale markt. Tot de particuliere cliënten behoorden verzamelaars als Robert Lehman, J. Paul Getty, Jack en Belle Linsky en Jayne en Charles Wrightsman. Ook belangrijke Amerikaanse musea kochten rechtstreeks bij de firma.[1]

Een van de bekendste verkopen was de Mérode-triptiek, toegeschreven aan Robert Campin en zijn atelier. Rosenberg & Stiebel verkocht het beroemde vroeg-Nederlandse altaarstuk in 1956 aan The Metropolitan Museum of Art, waar het tegenwoordig tot de belangrijkste werken van The Cloisters behoort.
Nederlandse en Vlaamse Oude Meesters
Nederlandse en Vlaamse schilderkunst vormde een belangrijk onderdeel van de handelsvoorraad. Daarbij ging het niet uitsluitend om schilderijen die kort op de markt verschenen. Verschillende werken hadden een lange geschiedenis in vorstelijke, adellijke en bankierscollecties voordat zij via Rosenberg & Stiebel opnieuw werden verkocht.
Een goed voorbeeld is Frans Hals’ Portret van een vrouw, waarschijnlijk Aeltje Dircksdr. Pater. Het schilderij behoorde tot de Weense verzameling Rothschild, werd in 1938 door de nazi’s geconfisqueerd en na de oorlog aan de familie gerestitueerd. Baroness Clarice de Rothschild verkocht het vervolgens aan Rosenberg & Stiebel, dat het werk in 1948 aan het Cleveland Museum of Art verkocht.[4]

Ook de firma’s vroege banden met de familie Rothschild bleven lange tijd belangrijk. The Frick Collection noemt bijvoorbeeld de verkoop in 1949 van Jacob van Ruisdaels Landschap met een voetbrug, afkomstig uit de gerestitueerde collectie van Baron Louis von Rothschild.[1]
Van particuliere collectie naar museum
De provenance van Bartholomäus Bruyns Portret van Jakob Omphalius laat eveneens zien hoe complex de geschiedenis van een schilderij kan zijn. Het werk bevond zich eerder in de collectie van Maximilian von Goldschmidt-Rothschild, werd in 1938 onder dwang aan de stad Frankfurt verkocht en in 1948 aan diens erfgenamen gerestitueerd. Omstreeks 1950 bevond het schilderij zich vermoedelijk bij Rosenberg & Stiebel in New York. Sinds 2020 behoort het tot de collectie van het Mauritshuis.[5]
Dergelijke voorbeelden verklaren waarom de naam Rosenberg & Stiebel vandaag regelmatig voorkomt in provenancegegevens van belangrijke Oude Meesters. De firma bevond zich gedurende tientallen jaren tussen Europese verzamelaars die werken verkochten en Amerikaanse musea en particulieren die juist omvangrijke collecties opbouwden.

Het archief van Rosenberg & Stiebel
Voor hedendaags provenance-onderzoek is Rosenberg & Stiebel uitzonderlijk interessant doordat het bedrijfsarchief grotendeels bewaard is gebleven. In 2022 schonk Gerald G. Stiebel het historische galeriearchief aan The Frick Collection. Het bestand bevat documentatie over transacties, kunstwerken, correspondentie, foto’s, kaartenbakken, facturen en andere bedrijfsstukken.[6]
Het archief bestrijkt niet alleen Rosenberg & Stiebel in New York, maar ook de eerdere familiebedrijven in Frankfurt en Amsterdam en de verwante ondernemingen in Londen en Parijs. Daardoor kunnen schilderijen soms via oude foto’s, handelskaarten, correspondentie en verkoopadministratie opnieuw aan de firma worden gekoppeld.
Na het overlijden van Eric Stiebel in 2000 werd de onderneming door de volgende generatie voortgezet onder de naam Stiebel Ltd. Daarmee bleef een kunsthandelsfamilie die haar oorsprong in het negentiende-eeuwse Frankfurt had nog tot in de eenentwintigste eeuw actief.

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Voetnoten
[1] The Frick Collection, Rosenberg & Stiebel Archive en persbericht The Frick Collection Acquires Rosenberg & Stiebel Archive, 24 januari 2022; geschiedenis van de firma en haar internationale activiteiten.
[2] Smithsonian Institution, National Museum of Asian Art, provenancegegevens betreffende N.V. Internationale Antiquiteitenhandel en Rosenberg & Stiebel; tevens Restitutiecommissie, dossier Rosenbaum (B).
[3] National Gallery of Art, Washington, Attributed to Hans Holbein the Younger, Portrait of a Young Man, inv. no. 1961.9.21; provenance: Rosenberg & Stiebel en M. Knoedler & Co., New York, 1947.
[4] Cleveland Museum of Art, Frans Hals, Portrait of a Woman, probably Aeltje Dircksdr. Pater, inv. no. 1948.137; provenance: familie Rothschild, Rosenberg & Stiebel, Cleveland Museum of Art.
[5] Mauritshuis, Bartholomäus Bruyn de Oude, Portrait of Jakob Omphalius, inv. no. 1225; provenance met vermelding van J. & S. Goldschmidt, gedwongen verkoop in 1938, restitutie in 1948 en vermoedelijk Rosenberg & Stiebel in 1950.
[6] The Frick Collection, Rosenberg & Stiebel Archive, archival records ca. 1890–2014; geschonken door Gerald G. Stiebel en sinds 2022 onderdeel van de Frick Art Reference Library.