Dr. Vitale Bloch (1900–1975) was kunsthistoricus, verzamelaar en kunsthandelaar van Russisch-Joodse afkomst. Vanaf de jaren twintig bewoog hij zich in de internationale handel in oude meesters. Hij was onder meer verbonden aan de Berlijnse kunsthandelaar Fritz Rothmann en werkte later vanuit Den Haag en Parijs. Zijn naam komt in talrijke provenances van Nederlandse, Vlaamse en Italiaanse schilderijen voor.[1]

Samuel van Hoogstraten, Portret van een jonge man met vanitas-stilleven, 1644. Olieverf op paneel, 58 × 74 cm. Museum Boijmans Van Beuningen vermeldt Vitale Bloch als verzamelaar in de geschiedenis van het werk.

Bloch onderscheidde zich van veel handelaren doordat hij in de eerste plaats kunsthistoricus en kenner was. Hij publiceerde gedurende tientallen jaren over oude meesters en schreef regelmatig voor het gezaghebbende tijdschrift Oud Holland. Zo verschenen van zijn hand studies over onder anderen Rembrandt, Paulus Bor en Caesar van Everdingen.[2]

Theodoor van Thulden, De godin Pallas Athena met het paard Pegasus. Olieverf op doek, 112,5 × 144 cm. In 1943 verworven door Vitale Bloch.

Een goed voorbeeld is De godin Pallas Athena met het paard Pegasus van Theodoor van Thulden. Bloch kocht het schilderij in juli 1943 op een veiling van Van Marle & Bignell in Den Haag en behield het tot 1964. Het werk kwam later via de kunsthandel in de collectie van het J. Paul Getty Museum.[3]

Ook Cornelis Cornelisz. van Haarlems Het toilet van Batseba bevond zich bij Bloch. In 1955 werd het schilderij uit zijn bezit verworven door het Rijksmuseum in Amsterdam.[4] Als anekdote over zijn vergeetachtigheid wordt wel eens aangehaald dat hij twee landschappen had geschonken aan een kennis, maar omdat ze niet meteen waren meegenomen, hij ze later per ongeluk had verkocht aan een klant.

Cornelis Cornelisz. van Haarlem, Het toilet van Batseba, 1594. Olieverf op doek, 77,5 × 64 cm. Tot 1955 bij Vitale Bloch; vervolgens verworven door het Rijksmuseum.

Vitale Bloch tijdens de Tweede Wereldoorlog

Blochs positie tijdens de Duitse bezetting vormt een ingewikkeld hoofdstuk uit zijn loopbaan. Als Joodse kunsthistoricus verkeerde hij zelf in een uiterst kwetsbare positie. Tegelijkertijd onderhield hij contacten met personen die betrokken waren bij Duitse kunstaankopen, waaronder Erhard Göpel, die voor het geplande Führermuseum in Linz werkte.

Uit onderzoek van de Restitutiecommissie blijkt dat Göpel Bloch bescherming bood en dat Bloch op zijn beurt zijn kennis en contacten ter beschikking stelde. Zijn naam verschijnt daardoor ook in documentatie rond kunstwerken die tijdens de bezettingsjaren op de markt circuleerden.[5] Deze geschiedenis moet worden gezien tegen de uitzonderlijke omstandigheden waarin Joodse kunstkenners en handelaren tijdens de bezetting probeerden te overleven.

Joos de Momper en Jan Brueghel (I), Rotslandschap met figuren bij een grot. Olieverf op paneel, 53.5 x 96. Vanaf 1940 in bezit van de kunsthandel en via het Führermuseum bij de Stichting Nederlands Kunstbezit in opslag gekomen.

Blochs carrière raakt tevens aan een ander gevoelig onderwerp binnen de kunstgeschiedenis: vervalsingen en foutieve toeschrijvingen. Hij leefde en werkte in een periode waarin kennerschap vaak doorslaggevend was voor de authenticiteit van een schilderij. De affaire rond Han van Meegeren maakte duidelijk hoe kwetsbaar dat systeem kon zijn. Bloch zou zich na de oorlog nadrukkelijk bezighouden met de betekenis en beperkingen van kunsthistorisch kennerschap.[6]

Jacob van Geel, Bergachtig landschap. Olieverf op paneel, 21 x 32 cm. In 1978 nagelaten door Vitale Bloch aan het Museum Boijmans Van Beuningen.

De verzameling van Vitale Bloch

Bloch was niet alleen handelaar, maar bouwde zelf een belangrijke kunstverzameling op. Bij zijn overlijden in 1975 legateerde hij negentien schilderijen en zestien tekeningen aan de gemeente Rotterdam, bestemd voor Museum Boijmans Van Beuningen. De gemeente aanvaardde het legaat in 1978; in datzelfde jaar verscheen een afzonderlijke catalogus van de collectie.[7]

Het legaat onderstreept de bijzondere positie die Bloch gedurende zijn leven innam. Hij was tegelijkertijd onderzoeker, verzamelaar, adviseur en handelaar. Daardoor duikt zijn naam tegenwoordig op in museumcatalogi, oude veilingcatalogi, fotodocumentatie en provenancegegevens van schilderijen verspreid over Europa en de Verenigde Staten.

Otto Marseus van Schrieck, Slang en vlinders aan de voet van een boom. Olieverf op doek, 62.8 x 49.8 cm. Rond 1954 in bezit van kunsthandel Vitale Bloch in Parijs en Den Haag.

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Voetnoten

[1] National Gallery of Art, Washington, provenance authority record Dr. Vitale Bloch (1900–1975); Edward Grasman, “Vitale Bloch: the early years”, RKD Bulletin 2010/2, pp. 3–12.

[2] Zie onder meer Vitale Bloch, “Zum frühen Rembrandt”, Oud Holland 50 (1933), en “Pro Caesar Boetius van Everdingen”, Oud Holland 53 (1936).

[3] RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, provenance van Theodoor van Thulden, De godin Pallas Athena met het paard Pegasus.

[4] RKD, Cornelis Cornelisz. van Haarlem, Het toilet van Batseba, 1594; provenance: Vitale Bloch, Parijs, tot 1955; Rijksmuseum Amsterdam vanaf 1955.

[5] Restitutiecommissie, bindend advies inzake Jacob van Geel, Berglandschap met boomstronk; documentatie betreffende Vitale Bloch en Erhard Göpel tijdens de Duitse bezetting.

[6] Edward Grasman, “An Indispensable Eye for Art: Vitale Bloch”, Studiolo 11 (2014), pp. 120–131.

[7] J.C. Ebbinge Wubben, Legaat Vitale Bloch, Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam, 1978; Restitutiecommissie, advies inzake het legaat Vitale Bloch.