Meer dan dertig jaar na publicatie duikt Reine de Bertier de Sauvigny’s catalogue raisonné van Jacob en Abel Grimmer nog voortdurend op in veilingcatalogi. Soms ondersteunt het boek een attributie, soms corrigeert het een oudere, en soms weigert een veilinghuis juist de conclusie ervan over te nemen. Precies daarin ligt zijn invloed: niet als onfeilbaar oordeel, maar als referentiepunt waar de markt nauwelijks omheen kan.
Op 28 april 2026 verkocht Dorotheum in Wenen een klein landschap van Jacob Grimmer voor €109.000 ($127.000). De estimate voor The Flight into Egypt, a Fortress Beyond bedroeg slechts €15.000–20.000 ($17.000–23.000).[1] Die kloof trekt vanzelf de aandacht, maar interessanter dan het resultaat is de attributiegeschiedenis die in de catalogus werd meegeleverd.
In 1923 bevond het paneel zich bij Jacques Goudstikker in Amsterdam als een werk van Jacob Grimmer. In 1994 verscheen het bij Lawrence Steigrad Fine Arts in New York als “Attributed to Abel Grimmer”. Een jaar later schreef Reine de Bertier de Sauvigny erover; een kopie van haar brief uit januari 1995 vergezelde het schilderij bij Dorotheum. In 2026 stond boven het lot weer zonder voorbehoud: Jacob Grimmer.

Zo kan een paar regels provenance bijna een eeuw kunsthistorische onzekerheid samenvatten. Jacob, vervolgens mogelijk Abel, vervolgens weer Jacob. En ergens midden in die beweging verschijnt steeds dezelfde naam: Bertier de Sauvigny. Dat is geen uitzondering. Wie geregeld oude-meesterveilingen volgt, ziet haar Jacob et Abel Grimmer: Catalogue raisonné uit 1991 opvallend vaak in de literatuuropgave. Het bijna vierhonderd pagina’s tellende boek is na ruim drie decennia nog steeds het centrale referentiewerk voor beide schilders.[2]
Het is verleidelijk daar iets bijna heiligs van te maken. Bij sommige oude meesters lijkt een catalogue raisonné inderdaad een grens te trekken tussen binnen en buiten: opgenomen of niet opgenomen, autograph of niet, veilig of problematisch. Maar de Grimmers laten juist zien dat de werkelijkheid interessanter is.
Orde in een bijzonder rommelig oeuvre
De behoefte aan zo’n boek is bij Jacob Grimmer (1525/26–1590) en zijn zoon Abel Grimmer (ca. 1570–1618/19) niet moeilijk te begrijpen. Beide specialiseerden zich in landschappen; onderwerpen en compositietypen keren terug; schilderijen maakten deel uit van reeksen van de seizoenen en maanden; figuren konden door gespecialiseerde medewerkers worden toegevoegd. Daarboven hangt voortdurend de schaduw van Pieter Bruegel de Oude, Pieter Brueghel de Jonge, Hans Bol en andere Antwerpse landschapschilders.
Hun landschappen herkennen we aan hoge gezichtspunten, opeenvolgende coulissen, atmosferische ruimte en het dagelijkse leven op het Vlaamse platteland. Maar juist doordat die beeldtaal deel uitmaakte van een bredere traditie, kunnen namen gemakkelijk gaan schuiven.[3]

Daar krijgt een catalogue raisonné zijn praktische macht. Zo’n boek inventariseert niet alleen wat een onderzoeker op een bepaald moment als autograph beschouwt. Het brengt maten, dragers, oude verkopen, eigenaars, literatuur, verwante versies en series bij elkaar. Daarmee krijgt het in de praktijk ook een authenticatiefunctie.[4]
Voor de kunstmarkt is dat bijzonder bruikbaar. Een los paneeltje van dertig of veertig centimeter wordt ineens geen geïsoleerd object meer, maar nummer zoveel in een gedocumenteerde groep. Een schilderij dat in 1972 onder de verkeerde voornaam werd verkocht, kan worden verbonden met andere composities. Een werk zonder duidelijke datum kan binnen een corpus worden geplaatst.
Toen Christie’s een werk in Londen verkocht in december 1972 stond het nog als Abel Grimmer te boek. Bij een volgende Christie’s-veiling in juli 1974 opnieuw. Bertier de Sauvigny publiceerde het later onder Jacob Grimmer, als nummer 18 in haar corpus. Toen het paneel op 30 januari 2013 bij Christie’s New York terugkeerde, was de catalogisering eveneens Jacob Grimmer.[5]
Dat is ongeveer wat met “orde in de chaos” werkelijk wordt bedoeld. Niet dat één boek plots absolute waarheid produceert, maar dat verspreide objecten, oude verkoopnamen en verwante composities opnieuw worden gerangschikt tot een oeuvre waarover vervolgens veel preciezer kan worden gediscussieerd.

Het merkwaardige tweede leven van de catalogus
Bij de Grimmers gebeurde vervolgens iets nog interessanters. De catalogue raisonné hield in feite niet op in 1991. Bertier de Sauvigny bleef ook na publicatie schilderijen onderzoeken en schriftelijke verklaringen afgeven. Daardoor ontstond naast het gedrukte boek een informele tweede laag: certificaten, brieven en toezeggingen dat een werk in een toekomstig supplement zou worden opgenomen.
Een sterk voorbeeld kwam op 21 april 2015 bij Dorotheum. Abel Grimmers ronde Winter Landscape with Woodcutters, 35 centimeter in diameter, bracht €113.000 ($130.000) op tegen een estimate van €80.000–120.000 ($93.000–139.000).[6] Het schilderij werd vergezeld door een certificaat dat Bertier de Sauvigny in januari 2004 had opgesteld. Daarin schreef zij dat zij het werk zou opnemen in het “forthcoming addendum” op haar catalogue raisonné.
Juist daarom is dit voorbeeld interessanter vanwege de documentatie dan vanwege de prijs, die binnen de estimate lag. Elf jaar na de verklaring van Bertier en bijna een kwart eeuw na het boek was die brief nog steeds prominent genoeg om in de catalogus te worden uitgelicht.
Hetzelfde gebeurt in 2023 bij Christie’s Parijs met Abel Grimmers Winter Landscape with Skaters and a Bird Trap. Het kleine paneel van 16,6 bij 25 centimeter grijpt terug op Pieter Bruegel de Oude’s beroemde wintercompositie uit 1565. Christie’s vermeldde dat Bertier de Sauvigny het schilderij vóór haar overlijden had willen opnemen in het addendum op haar catalogus.[7]

Opgenomen in het boek, maar toch slechts ‘attributed to’
Wie daaruit concludeert dat opname door Bertier automatisch een onvoorwaardelijke Grimmer-attributie oplevert, loopt echter al snel vast. In december 2024 bood Christie’s Londen een landschap met herders, vee en vermoedelijk het sterrenbeeld Steenbok aan als “Attributed to Jacob Grimmer”. Dat is een wezenlijk voorbehoud. Het huis zegt daarmee niet “door Jacob Grimmer”, maar dat het werk vermoedelijk of waarschijnlijk aan hem kan worden toegeschreven.
Dat wordt interessant zodra de literatuuropgave wordt gelezen. Bertier de Sauvigny had precies hetzelfde schilderij in haar catalogue raisonné gepubliceerd als Jacob Grimmer, met de figuren mogelijk door Martin van Cleve. Eerder was het ook bij Sotheby’s in 1986 en Koller in 2016 als Jacob Grimmer aangeboden.[8] Christie’s nam in 2024 dus wel de catalogue raisonné op in de literatuur, maar nam de conclusie ervan niet volledig over.
Het lot bleef bovendien onder estimate. De gerealiseerde prijs was £3.780, omgerekend ongeveer €4.000 ($5.000), tegen £6.000–8.000, ongeveer €7.000–9.000 ($8.000–11.000). Het zou te gemakkelijk zijn om de zwakke verkoop rechtstreeks aan de voorzichtigere attributie toe te schrijven. Maar één ding staat wel vast: opname in Bertier was voor Christie’s niet voldoende om het werk zonder kwalificatie aan Jacob toe te schrijven.

Wanneer techniek tegen het boek ingaat
Nog scherper wordt het bij een winterlandschap dat in de loop van enkele decennia vrijwel het hele attributiespectrum doorliep. Het paneel draagt de geschilderde signatuur “PBREVGHEL”. In 1971 werd het bij Sotheby’s verkocht als Pieter Brueghel de Jonge. In 1987 verscheen het bij Christie’s als Jacob Grimmer. In 1997 was het daar weer Pieter Brueghel de Jonge. Bertier de Sauvigny publiceerde het ondertussen in haar catalogue raisonné als Jacob Grimmer, met de figuren vermoedelijk door Gillis Mostaert.
Christie’s trok bij een latere aanbieding echter nadrukkelijk aan de rem. Technisch onderzoek dateerde het paneel in de zeventiende eeuw en concludeerde dat de signatuur vermoedelijk tegelijkertijd met het schilderij was aangebracht. Willem van de Watering vond vervolgens zowel de Brueghel- als de Grimmer-attributie onaanvaardbaar. Het werk werd uiteindelijk aangeboden als “School of Antwerp, circa 1600 (?)”.[9]
Ironisch genoeg bevindt het schilderij zich tegenwoordig in de Carmen Thyssen Collection als Jacob Grimmer. Het museum bespreekt die lange attributiegeschiedenis zelf en verwijst opnieuw naar de opname bij Bertier de Sauvigny.[3] Juist dit dossier laat zien waarom een catalogue raisonné niet met een certificaat van onaantastbaarheid moet worden verward. Technisch onderzoek, nieuwe vergelijkingen, panelenonderzoek en veranderend connoisseurship kunnen bestaande conclusies aantasten.

Wat Klaus Ertz laat zien over geld en zekerheid
Daar raakt het Grimmer-verhaal aan een andere naam die in de oude-meestermarkt bijna institutionele status heeft gekregen: Klaus Ertz. Voor Pieter Brueghel de Jonge is uitzonderlijk genoeg economisch onderzocht wat het effect van zo’n expert op de markt kan zijn. Men analyseerde veilingen uit 1972–2017 rond Ertz’ catalogue raisonné uit 2000. De conclusie was fors: schilderijen die na zijn interventie als autograph werden geaccepteerd, realiseerden naar schatting ongeveer 60 procent hogere prijzen dan de relevante controlegroep.[10]
Dat cijfer mag niet simpelweg op Jacob en Abel Grimmer worden geplakt. Voor Bertier de Sauvigny bestaat geen vergelijkbare econometrische studie, en de Grimmer-markt is veel te dun en heterogeen om uit enkele opvallende resultaten hetzelfde causale verband af te leiden. Maar het mechanisme is herkenbaar.
Op de oude-meestermarkt wordt niet alleen verf op paneel verhandeld. Er wordt ook informatie verhandeld: zekerheid over de maker, samenhang met andere werken, een controleerbare provenance en de vraag of een schilderij binnen of buiten een geaccepteerd oeuvre valt. Hoe groter de onzekerheid rond een naam, hoe groter de mogelijke economische betekenis van iemand die die onzekerheid op geloofwaardige wijze verkleint. Dat verklaart waarschijnlijk beter waarom Bertier de Sauvigny zo hardnekkig in veilingcatalogi blijft terugkeren.

Een boek waar de markt steeds opnieuw naar terugkeert
Een catalogue raisonné is geen grondwet. Het is een poging om op een bepaald moment, met het beste beschikbare materiaal, de grenzen van een oeuvre vast te leggen. Bij Jacob en Abel Grimmer was die ordening bijzonder waardevol omdat de voorafgaande situatie zo beweeglijk was: vader en zoon werden met elkaar verward, werken migreerden naar Brueghel en terug, series raakten verspreid en samenwerkingen maakten het begrip auteurschap minder eenvoudig dan een naam op een veilinglabel suggereert.
Bertier de Sauvigny loste die problemen niet voorgoed op. Haar eigen latere certificaten laten al zien dat het corpus na 1991 bleef groeien. Christie’s laat zien dat een hedendaagse specialist haar attributie ook kan afzwakken. Technisch onderzoek kan een schilderij opnieuw uit het oeuvre duwen. Een museum kan later weer tot een andere lezing komen. Toch is dat geen teken dat de catalogue raisonné zijn gezag verliest.
Zelfs wanneer specialisten Bertier de Sauvigny tegenspreken, moeten zij zich nog steeds tot haar verhouden. Dat is wat een werkelijk invloedrijk catalogue raisonné doet. Het levert niet noodzakelijk het laatste woord, maar het bepaalt wel de taal waarin de volgende discussie wordt gevoerd.
In de markt voor Jacob en Abel Grimmer is Reine de Bertier de Sauvigny daarom niet de onfeilbare scheidsrechter waarvoor een catalogue raisonné soms wordt aangezien. Haar positie is interessanter: ruim dertig jaar na publicatie is haar boek nog altijd het punt waar vrijwel ieder serieus gesprek over deze schilderijen begint.
Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.
Noten en bronnen
[1] Dorotheum, Old Master Paintings, Wenen, 28 april 2026, lot 32, Jacob Grimmer, The Flight into Egypt, a Fortress Beyond, olieverf op paneel, 31,5 × 42,5 cm. Estimate €15.000–20.000; gerealiseerde aankoopprijs €109.200, inclusief opgeld.
[2] Reine de Bertier de Sauvigny, Jacob et Abel Grimmer: Catalogue raisonné, Brussel: La Renaissance du Livre, 1991, 398 pp.
[3] Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, “A Winter Landscape with a Village and Skaters on a Frozen River, Hunters in the Foreground”.
[4] International Catalogue Raisonné Association, “What is a catalogue raisonné?”.
[5] Christie’s, Old Master Paintings Part I, New York, 30 januari 2013, sale 2672, lot 4, Jacob Grimmer, Summer, olieverf op paneel, 44,2 × 61,6 cm.
[6] Dorotheum, Old Master Paintings, Wenen, 21 april 2015, lot 69, Abel Grimmer, Winter Landscape with Woodcutters, olieverf op paneel, diameter 35 cm. Estimate €80.000–120.000; gerealiseerde aankoopprijs €112.500 inclusief opgeld.
[7] Christie’s, Maîtres Anciens: Peintures – Sculptures, Parijs, 15 juni 2023, sale 20692, lot 14, Abel Grimmer, Winter Landscape with Skaters and a Bird Trap, olieverf op paneel, 16,6 × 25 cm.
[8] Christie’s, Old Masters Part II: Paintings, Sculpture, Drawings and Watercolours, Londen, gesloten 4 december 2024, sale 22692, lot 157, Attributed to Jacob Grimmer, A Landscape with Herdsmen and Their Cattle Returning to a Village, with a Sign of the Zodiac, Probably Capricorn. Estimate oorspronkelijk £6.000–8.000; gerealiseerde prijs £3.780.
[9] Christie’s, Old Master Pictures, Londen, 1999, sale 6097, lot 11, School of Antwerp, circa 1600 (?), A Landscape with Skaters on a Frozen River by a Village, Hunters in the Foreground. Bertier de Sauvigny had het als Jacob Grimmer gepubliceerd.
[10] Victor Ginsburgh, Anne-Sophie Radermecker en Denni Tommasi, “The effect of experts’ opinion on prices of art works: The case of Peter Brueghel the Younger”, Journal of Economic Behavior & Organization 159, maart 2019, p. 36–50.