Voor de schilderijen van Jan Cornelisz. Vermeyen (ca. 1500–1559) bestaat geen moderne, afgesloten catalogue raisonné. Toch is er op de internationale kunstmarkt sprake van een structuur: Friedländer, Horn, expertises en nieuwe technische analyse. Recente veilingen laten zien waarom juist bij Vermeyen een literatuurverwijzing nooit los kan worden gezien van de vraag hoe een schilderij vandaag wordt gelezen en toegeschreven.
Toen Lempertz in mei 2022 een kleine Virgin and Child van Jan Cornelisz. Vermeyen aanbood, ontbrak precies het gegeven waar bij veel oude meesters als eerste naar wordt gezocht: een gevestigd catalogue-raisonné entry.
Volgens het veilinghuis betrof het een nieuw ontdekt schilderij. Het werd gedateerd omstreeks 1540-45. Infraroodreflectografie liet bovendien veranderingen zien die tijdens het schilderproces waren aangebracht. De taxatie bedroeg €70.000–90.000; het paneel bracht €75.000 inclusief opgeld op.[1]
Het interessante aan dat schilderij is niet dat er géén oud nummer naast stond. Interessanter is dat Vermeyens geschilderde oeuvre helemaal niet wordt beheerst door één moderne, afgesloten catalogue raisonné. Wie een schilderij van Vermeyen onderzoekt, werkt met verschillende lagen tegelijk: de vroege catalogisering van Max J. Friedländer, het tweedelige standaardwerk van Hendrik J. Horn uit 1989 en nieuw kunsthistorisch onderzoek en technische analyse.
Friedländer biedt het oudere genummerde schilderijencorpus. Horn is het moderne standaardwerk. Maar geen van beide functioneert als een actuele, institutioneel onderhouden catalogue raisonné waarin iedere nieuwe vondst of herattributie wordt verwerkt.

Horn: het boek dat men moet kennen
Het belangrijkste moderne naslagwerk is Hendrik J. Horns Jan Cornelisz Vermeyen, Painter of Charles V and His Conquest of Tunis: Paintings, Etchings, Drawings, Cartoons & Tapestries. De publicatie verscheen in 1989 in twee delen.[2] Voor iedereen die met Vermeyen werkt, is Horn onmisbaar.
Niet alleen de schilderijen worden behandeld, maar ook etsen, tekeningen, kartons en tapijten. Juist daardoor kon Horn verbindingen leggen tussen verschillende onderdelen van een uitzonderlijk veelzijdig oeuvre: hofportretten, ontwerptekeningen, de Tunesische veldtocht van Karel V en de monumentale tapijtcycli die daaruit voortkwamen.
Het is niet simpelweg “de catalogue raisonné van Vermeyen”. Horns monografie is het fundamentele moderne standaardwerk, maar de schilderijen werden niet als een catalogue raisonné gepresenteerd.[3]

Friedländer: het oudere genummerde corpus
In deel XII van zijn monumentale Die altniederländische Malerei, Pieter Coeck, Jan van Scorel, verschenen in 1935, bracht Friedländer ook een corpus van schilderijen van Vermeyen bijeen.[4]
Hier vinden we iets wat bij Horn juist niet zonder meer moet worden verwacht: een herkenbaar genummerd schilderijencorpus. De Vermeyen-reeks omvat in de hoofdgroep de nummers 388–400, gevolgd door een supplement 401–417 en een addendum 418.[5] Friedländer levert daarmee een historische overzicht van het oeuvre.
Sinds 1935 zijn schilderijen opgedoken die Friedländer niet kende, zijn toeschrijvingen veranderd en zijn technische onderzoeksmethoden beschikbaar gekomen die de manier waarop oude meesters worden beoordeeld fundamenteel hebben uitgebreid. Een Friedländer-nummer documenteert dus een belangrijke kunsthistorische positie. Het is geen modern authenticiteitscertificaat.

Ferdinand I: Horn en veilinghuis spreken dezelfde taal
Dat portret van Ferdinand I, Holy Roman Emperor laat goed zien hoe dergelijke verwijzingen in de praktijk functioneren. Christie’s Londen bood het werk op 8 december 2017 aan als Workshop of Jan Cornelisz. Vermeyen. Het eikenhouten paneel meet 49,5 bij 35,5 centimeter.
De literatuurgeschiedenis ondersteunt precies die voorzichtigheid. Friedländer had het in de editie van 1975 als mogelijk door Vermeyen behandeld. Horn catalogiseerde het vervolgens onder A15 als “Shop of Jan Cornelisz Vermeyen, circa 1530”.[6]
De markt reageerde desondanks krachtig. Tegen een taxatie van £40.000–60.000 bracht het schilderij £236.750 op, afgerond ongeveer €270.000.[7] Dat resultaat is interessant omdat het laat zien dat een werkplaatsstatus een schilderij niet automatisch commercieel marginaal maakt.
De identiteit van de voorgestelde, Ferdinand I, broer van Karel V en een van de centrale Habsburgse machtsfiguren van de zestiende eeuw, de kwaliteit van het portret, de ouderdom van de compositie en de relatie tot Vermeyens hofproductie kunnen voor de markt zwaar wegen. De catalogue- en literatuurstatus vormen daarbij een belangrijk kader.

Vermeyen bij Horn, “attributed to” bij Sotheby’s
Een ander schilderij laat zien dat een later veilinghuis ook van Horn kan afwijken. In oktober 2008 bood Sotheby’s Londen een portret aan van een bebaarde man die zijn hand op een schedel legt. De catalogisering luidde: Attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen. Taxatie: £10.000–15.000.
Maar de literatuurlijst was aanzienlijk stelliger dan de naam boven het kavel deed vermoeden. Max J. Friedländer had het schilderij eerder als Vermeyen gepubliceerd. Bij een oude verkoop werd bovendien verwezen naar een bevestiging van Friedländer uit 1941. Horn reproduceerde het werk in 1989 in deel II, p. 494, eveneens als Vermeyen.[8] Toch koos Sotheby’s in 2008 voor attributed to. Hier wordt duidelijk waarom een literatuurverwijzing niet als een vinkje mag worden behandeld.
Friedländer, RKD en Horn en toch geen volledige toeschrijving
Hetzelfde patroon zien we in 2021 bij Hampel in München. Daar verscheen een grote Heilige Familie, 96 bij 78 centimeter. Het werk werd niet als volledig eigenhandige Vermeyen aangeboden, maar als: attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen. De taxatie bedroeg €30.000–60.000.[9] Het dossier was bepaald niet mager.
Volgens Hampel ging bij het schilderij een kopie mee van een handgeschreven bevestiging van Max J. Friedländer uit 1950. Het werk was geregistreerd en afgebeeld bij het RKD. Horn werd in de literatuurlijst genoemd. Toch bleef de catalogisering terughoudend.

Wanneer het schilderij jonger is dan het standaardwerk
De Virgin and Child die Lempertz in 2022 verkocht, vertegenwoordigt het tegenovergestelde probleem.
Het schilderij kon eenvoudigweg niet als bekende entry in Horn worden gebruikt wanneer het ten tijde van diens onderzoek nog niet bekend was. Daarom moest de onderbouwing elders vandaan komen. Lempertz verwees naar een expert opinie, stilistische vergelijking en technisch onderzoek. Met infraroodreflectografie werden kleine veranderingen in de compositie zichtbaar die tijdens het schilderen waren ontstaan.[1]
Daarmee eindigt de discussie overigens nog niet. In een wetenschappelijke KIK-IRPA-publicatie uit 2025 wordt hetzelfde schilderij aangeduid als “Attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen”.[10] Bij een kunstenaar zonder actuele centrale catalogue raisonné blijven zulke verschillen zichtbaar naast elkaar bestaan.
Een portret van George Schenck en een opvallende marktbeweging
Op 10 december 2019 verscheen bij Vanderkindere in Brussel een bijzonder portret van George Schenck van Toutenburg, stadhouder van Overijssel en later ook gouverneur van Friesland.
Het schilderij, olie op geparqueteerd eiken paneel, meet 87 bij 67,5 centimeter. De catalogisering was voorzichtig: Attribué à Jan Cornelisz. Vermeyen. Volgens de veilingcatalogus was het werk in 1974 door het Rijksmuseum onderzocht. Het had onder meer deelgenomen aan een tentoonstelling in Brugge in 1962 en aan Art before the Iconoclasm in het Rijksmuseum in 1986.[11]
De taxatie bedroeg €50.000–60.000. Het resultaat was €520.000.[12] In 2022 organiseerde Domaine de Peyrassol de tentoonstelling Face au temps, waarin onder meer dit werk uit de collectie van een oude-meesterhandelaar werd getoond.[13]

Het duurste “Vermeyen”-portret dat vervolgens Van Scorel werd
De spectaculairste waarschuwing tegen een te regide lezing van een oeuvre is het Portrait of Joost Aemszoon van der Burch.
Christie’s New York bood het monumentale portret op 14 april 2016 aan als Jan Cornelisz. Vermeyen. De taxatie bedroeg $1–2 miljoen. Het schilderij bracht $2.741.000 inclusief opgeld op, ongeveer €2,4 miljoen.[14] Christie’s presenteerde het resultaat vervolgens als een veilingrecord voor Vermeyen.
Maar de toeschrijving was al vóór de verkoop onderwerp van discussie.
In de saleroom notice meldde Christie’s dat Matthias Ubl en Molly Faries het schilderij aan Jan van Scorel toeschreven.[15] Een jaar later publiceerden zij hun argumentatie uitvoerig in The Rijksmuseum Bulletin. Hun conclusie plaatste het schilderij in het oeuvre van Van Scorel.[16] Een beroemde provenance, een uitzonderlijke prijs en een gevestigde kunstenaarsnaam in een veilingcatalogus sluiten kunsthistorisch debat niet af.
Het Louvre: één schilderij, twee compleet verschillende namen
Ook het Louvre bezit een Vermeyen waarvan de moderne geschiedenis laat zien hoe snel een toeschrijving kan veranderen.
Saint Jérôme méditant, tegenwoordig inventarisnummer RF 2003 8, werd op 14 december 2002 in Parijs geveild als: Vlaamse school, circa 1560, volger van Pieter Coecke van Aelst. Het kwam terecht op TEFAF Maastricht 2003, waar het als Vermeyen werd gepresenteerd. In september van datzelfde jaar verwierf het Louvre het werk.[17]
Wie alleen de huidige museumcatalogisering bekijkt, ziet die dynamiek niet. Maar voor connoisseurship en provenance-onderzoek is die eerdere naam juist essentieel. Het oeuvre van Vermeyen wordt namelijk niet alleen groter doordat onbekende schilderijen worden herkend. Het wordt tegelijkertijd kleiner of anders geordend doordat werken worden herattribueerd.
Een oeuvre dat nog steeds beweegt
Dat Vermeyens geschilderde oeuvre niet in 1989 is bevroren, blijkt ook uit museumonderzoek.
Ainsworth en Vandivere publiceerden in 2014 een Judith with the Head of Holofernes die lange tijd met Jean Bellegambe in verband was gebracht. Door het monogram opnieuw te lezen en stilistisch en technisch onderzoek te combineren, brachten zij het schilderij naar voren als een vroege Vermeyen, omstreeks 1525–30.[3]
Hun onderzoek is inhoudelijk minstens zo belangrijk als de ontdekking zelf. Het laat zien hoe de methodiek is veranderd. Friedländer en Horn bouwden hun corpora voornamelijk op kunsthistorische documentatie, vergelijking, fotografie, provenance en connoisseurship. Daar zijn tegenwoordig dendrochronologie, infraroodreflectografie, materiaalonderzoek, macrofotografie en digitale beeldvergelijking bij gekomen.
Wat Horn vooral waardevol maakt
Horn maakte zichtbaar hoe Vermeyens schilderijen zich verhouden tot tekeningen, grafiek, kartons, hofopdrachten en het omvangrijke materiaal rond de Tunesische expeditie van Karel V.Om een schilderij van Vermeyen te kunnen lezen zit de expertise echter in het lezen van alle publicaties als opeenvolgende lagen.
Wanneer werd het werk voor het eerst als Vermeyen gezien? Welke vergelijkingen waren toen beschikbaar? Heeft de datering zich gewijzigd? Hoe werd het later in het oeuvre geplaatst? En bestaat er sindsdien technisch of kunsthistorisch onderzoek dat de positie opnieuw nuanceert?
Bij Vermeyen is “staat het werk in Horn?” een goede eerste vraag. Daarna komt de tijd ná publicatie. Wat is sinds 1989 met het schilderij gebeurd? Is het opnieuw onderzocht? Heeft een museum het opgenomen? Is een oude toeschrijving juist afgezwakt? Bestaat inmiddels technisch onderzoek?
Juist het ontbreken van een catalogue raisonné maakt Vermeyen interessant
Bij Vermeyen moet de onderzoeker meer werk doen. Friedländer levert een vroege genummerde kern. Horn is het onmisbare moderne standaardwerk, maar geen formele catalogue raisonné van de schilderijen. Daarna volgen decennia van nieuwe vondsten, technische onderzoeken, museale herbeoordelingen, expertises en gewijzigde toeschrijvingen.
Een oeuvre bestaat niet alleen uit schilderijen die ooit een nummer hebben gekregen. Het bestaat ook uit veranderende observaties over die schilderijen. Juist bij Vermeyen is dat meer dan actueel.
Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.
Voetnoten en bronnen
[1] Lempertz, Old Masters, Keulen, 21 mei 2022, lot 2008, Jan Cornelisz. Vermeyen, The Virgin and Child, olie op paneel, 45,7 × 34,7 cm; taxatie €70.000–90.000; resultaat €75.000 inclusief opgeld.
[2] Hendrik J. Horn, Jan Cornelisz Vermeyen, Painter of Charles V and His Conquest of Tunis: Paintings, Etchings, Drawings, Cartoons & Tapestries, 2 dln., Doornspijk: Davaco, 1989, Aetas Aurea VIII.
[3] Maryan Ainsworth en Abbie Vandivere, “Judith with the Head of Holofernes: Jan Cornelisz Vermeyen’s Earliest Signed Painting”, Journal of Historians of Netherlandish Art 6, nr. 2, 2014.
[4] Max J. Friedländer, Die altniederländische Malerei, XII: Pieter Coeck, Jan van Scorel, Leiden: A.W. Sijthoff, 1935.
[5] Friedländer, Early Netherlandish Painting, XII, “Catalogue L: The paintings of Jan Cornelisz. Vermeyen”, nrs. 388–400; supplement nrs. 401–417; addendum nr. 418.
[6] Christie’s, Old Masters including Old Master & British Drawings and Watercolours, Londen, 8 december 2017, lot 106, Portrait of Ferdinand I, Holy Roman Emperor, Workshop of Jan Cornelisz. Vermeyen; literatuur: Horn 1989, II, p. 489, nr. A15, “Shop of Jan Cornelisz Vermeyen, circa 1530”.
[7] Christie’s, Londen, 8 december 2017, lot 106; taxatie £40.000–60.000; gerealiseerd £236.750 inclusief opgeld.
[8] Sotheby’s, Old Master and Early British Paintings, Londen, 30 oktober 2008, lot 5, Portrait of a bearded gentleman…, Attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen; taxatie £10.000–15.000; literatuur onder meer Horn 1989, II, p. 494, nr. A115.
[9] Hampel Fine Art Auctions, Old Master Paintings – Part II, München, 24 juni 2021, lot 431, Die Heilige Familie, attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen; olie op paneel, 96 × 78 cm; taxatie €30.000–60.000.
[10] “Rediscovered and Reconsidered: Jan Gossart’s Virgin and Child with a Book”, Bulletin van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium / Bulletin de l’Institut royal du Patrimoine artistique 41, 2025. Het in 2022 door Lempertz verkochte schilderij wordt daar aangeduid als “Attributed to Jan Cornelisz. Vermeyen”.
[11] Vanderkindere, Brussel, 10 december 2019, lot 105, Portrait de George Schenck van Toutenburg, stadhouder d’Overijssel, toegeschreven aan Jan Cornelisz. Vermeyen, olie op geparqueteerd eiken paneel, 87 × 67,5 cm.
[12] The Auction Augur, “The case of the Great Bustard”, december 2019. De bron rapporteert €520.000 voor Vanderkindere lot 105.
[13] Bernard Marcelis, “En Provence, le Domaine de Peyrassol ‘Face au temps’”, The Art Newspaper France, 15 september 2022.
[14] Christie’s, Old Master Paintings: Part I, New York, 14 april 2016, lot 113, Portrait of Joost Aemszoon van der Burch, aangeboden als Jan Cornelisz. Vermeyen; taxatie $1.000.000–2.000.000; gerealiseerd $2.741.000 inclusief opgeld.
[15] Christie’s, saleroom notice bij lot 113, 14 april 2016; vermelding van de alternatieve toeschrijving aan Jan van Scorel door Matthias Ubl en Molly Faries.
[16] Molly Faries en Matthias Ubl, “A New Attribution to Jan van Scorel: The Portrait of Joost Aemsz van der Burch and the Artist’s Portrayals of ‘Great Lords of the Netherlands’”, The Rijksmuseum Bulletin 65, nr. 4, 2017, pp. 354–371.
[17] Musée du Louvre, Jan Cornelisz. Vermeyen, Saint Jérôme méditant, inv. RF 2003 8; provenance vanaf de verkoop in Parijs in december 2002 tot de verwerving door het Louvre in 2003.