In veilingcatalogi van oude meesters duikt geregeld een formulering op als: “We are grateful to X for confirming the attribution on the basis of a photograph.” Zo’n mededeling maakt het oordeel van de specialist niet betekenisloos, maar stelt wel grenzen. Wat heeft de expert precies beoordeeld en welk bewijs bleef buiten beeld?

Bij oude meesters kan één regel in een veilingcatalogus opvallend veel gewicht dragen. Een erkende specialist heeft de toeschrijving bevestigd, on the basis of a photograph. Voor een potentiële koper klinkt het eerste deel geruststellend. Het tweede kan juist twijfel oproepen. Heeft de deskundige het schilderij dan nooit in werkelijkheid gezien? Vaak is het antwoord inderdaad nee.

Dat betekent niet automatisch dat de expertise weinig waard is. Fotografie behoort al generaties lang tot het gereedschap van de connoisseur. Een specialist die honderden werken van een schilder en diens omgeving kent, kan op goede beelden veel herkennen: compositietypen, karakteristieke figuren, penseelbehandeling, kleurverhoudingen, terugkerende motieven en de verhouding tot gedocumenteerde werken.

Maar een foto blijft een reproductie. Zij laat zien hoe een schilderij er onder bepaalde opnameomstandigheden uitzag. Zij geeft niet automatisch toegang tot het schilderij als fysiek object. Precies daar ligt het verschil.

Infraroodreflectografisch onderzoek van een Madonna met kind van Lucas Cranach de Oude uit 1526. Technische beeldvorming kan informatie over de totstandkoming van een schilderij zichtbaar maken die uit een gewone fotografische reproductie niet valt af te lezen.

Fotografie en connoisseurship zijn geen tegenpolen

Fotografische reproducties hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het kunsthistorische connoisseurship. Bernard Berenson, een van de invloedrijkste kenners van Italiaanse renaissanceschilderkunst, werkte intensief met fotografie. Zijn fotoarchief in Villa I Tatti omvat tegenwoordig ongeveer 300.000 afdrukken en andere fotografische documenten. De collectie documenteert ook Berensons werkwijze als connoisseur en veranderingen in provenance en restauratiegeschiedenis van afzonderlijke objecten.[1]

Het principe is eenvoudig. Wie werken naast elkaar wil vergelijken die zich in Florence, Londen, Madrid en particuliere collecties bevinden, heeft reproducties nodig. Foto’s maken systematische vergelijking mogelijk op een schaal die uitsluitend fysiek kijken nooit zou toelaten.

Maar juist de geschiedenis van het connoisseurship toont ook het probleem. Een foto maakt vergelijking gemakkelijker, terwijl zij tegelijkertijd informatie wegneemt. Formaat, oppervlak, transparantie, reliëf, glans, verfopbouw en zelfs kleur kunnen anders worden ervaren dan voor het origineel. Een zeer ervaren specialist kan dus een serieuze stilistische mening vormen vanaf foto’s. Dat maakt die foto’s nog niet gelijkwaardig aan fysieke inspectie.

Detail van Portrait of a Young Girl van Petrus Christus, circa 1470. Een scherpe foto kan craquelé en andere kenmerken van het verfoppervlak zeer duidelijk registreren, maar uit zo’n opname alleen kan de conditie van de verflaag niet volledig worden vastgesteld.

Wat zegt een formulering als ‘confirmed on the basis of a photograph’ eigenlijk?

Een expert die uitsluitend foto’s zag, kan bijvoorbeeld tot de overtuiging zijn gekomen dat compositie, figuurtypen en schildertrant overeenkomen met het oeuvre van een kunstenaar. Hij heeft daarmee niet noodzakelijk zelf vastgesteld hoe de verflaag er onder vergroting uitziet, of het paneel constructief klopt, welke restauraties aanwezig zijn of wat infrarood- of röntgenonderzoek laat zien. Dat onderscheid is bij oude meesters essentieel.

Een schilderij bestaat uit meer dan zijn zichtbare voorstelling

Neem een zeventiende-eeuws paneel dat op een professionele foto overtuigend aan Rembrandt, Jacob van Ruisdael of Jan Brueghel doet denken. Wat kan de foto tonen? Misschien is de penseelvoering goed zichtbaar. Misschien zijn craquelé, impasto en slijtage enigszins te beoordelen. Met detailopnamen kunnen signatuur, handen, gezichten en verfdetails worden bestudeerd.

Maar andere informatie vraagt om onderzoek van het object zelf. Een conservator kan een oppervlak onder vergroting bekijken, de structuur van de verflaag volgen en onderscheid proberen te maken tussen oorspronkelijke verf, vernis, retouche en overschildering. Strijklicht kan hoogteverschillen en vervormingen duidelijker maken. Ultravioletonderzoek kan bepaalde restauraties zichtbaar maken. Infraroodonderzoek kan ondertekening of wijzigingen in de compositie tonen.[2]

Dat betekent niet dat ieder schilderij al deze analyses nodig heeft. Wel betekent het dat een gewone foto slechts één categorie informatie levert binnen een veel groter onderzoeksspectrum.

Fotografische reproductie in Bernard Berensons The Study and Criticism of Italian Art uit 1902. Berenson gebruikte dergelijke foto’s om compositie, figuurtypen en stilistische details van schilderijen en tekeningen met elkaar te vergelijken.

Stilistische overtuiging is niet hetzelfde als materiaaltechnisch bewijs

Dit onderscheid wordt vooral belangrijk zodra het woord authenticiteit valt. Een paneel kan stilistisch overtuigend zijn en toch vragen oproepen wanneer het fysiek wordt onderzocht. Omgekeerd kan een schilderij op een matige foto weinig overtuigen, terwijl onderzoek van het origineel juist kwaliteiten zichtbaar maakt die in reproductie verdwenen.

Technisch onderzoek kan bovendien verschillende soorten vragen beantwoorden. Een houtonderzoek kan helpen vaststellen of een drager chronologisch verenigbaar is met een voorgestelde datering. Pigment- of bindmiddelonderzoek kan materiaal aantonen dat wel of juist niet binnen een bepaalde historische periode past. Ondertekening kan overeenkomsten met atelierpraktijken zichtbaar maken.

Een historisch paneel maakt de schildering erop niet automatisch historisch. Een pigment dat rond 1650 beschikbaar was, bewijst niet dat Rembrandt het heeft aangebracht. Een oude signatuur is evenmin zelfstandig authenticiteitsbewijs. Bij een goed attributieonderzoek worden kunsthistorische documentatie, connoisseurship en technische gegevens daarom naast elkaar gelegd.

Attributed to Frans Hals, Portrait of a Woman in a White Ruff, aangeboden bij Sotheby’s in 2008. Hals-specialist Seymour Slive kende het schilderij aanvankelijk alleen van een foto en had het voorzichtig als mogelijke kopie beschouwd. Onderzoek van het daadwerkelijke paneel leidde later tot een andere interpretatie.

Soms verandert een expert van mening zodra het schilderij voor hem staat

Nadat een expert het schilderij daadwerkelijk gezien heeft, wordt het oordeel soms gewijzigd. Het interessante aan die geschiedenis is niet dat de eerste expertise “fout” was. Zij laat zien dat de informatiepositie veranderde.

Bij een schilderij dat Sotheby’s in 2008 als Attributed to Frans Hals aanbood, speelde dit verschil. Hals-specialist Seymour Slive had het werk volgens de catalogus uitsluitend vanaf een foto gekend en voorzichtig gedacht aan een kopie naar een ander portret. Bestudering van het daadwerkelijke paneel leidde tot de conclusie dat het om een zelfstandig schilderij ging.[3]

Dat zijn belangrijke voorbeelden omdat het hier niet om onervaren beoordelaars gaat. Juist grote kenners kunnen op basis van nieuwe informatie hun oordeel herzien. Dat is geen zwakte van connoisseurship. Wie veilingcatalogi volgt, ziet dat foto-expertises bepaald niet uitzonderlijk zijn.

Toch worden foto-attributies voortdurend gebruikt in de Old Master-markt

De woorden daarin verdienen aandacht. Confirming en suggesting drukken in de gewone betekenis niet dezelfde mate van instemming uit. Toch moeten verzamelaars er niet van uitgaan dat alle experts, veilinghuizen en kunstenaarsoeuvres hiervoor één universeel gestandaardiseerde zekerheidsschaal hanteren. Idealiter zijn verschillende niveaus van onderzoek bijna naast elkaar zichtbaar: fotografisch connoisseurship, fysieke inspectie en technische beeldvorming.

Ultravioletopname van Rembrandts Portrait of a Young Woman vóór restauratie. UV-onderzoek kan verschillen in vernis en bepaalde latere ingrepen zichtbaar maken die op een gewone kleurenfoto veel moeilijker te onderscheiden zijn.

Conditie beoordelen vanaf foto’s is nog iets anders

Een attributie aan een kunstenaar en een conditiebeoordeling worden soms in één gesprek behandeld, maar methodologisch zijn het verschillende zaken. Een foto kan veel conditieverschijnselen laten zien. Men kan verfverlies waarnemen, scheuren signaleren, een netwerk van craquelé beschrijven of een ongelijk glanzend oppervlak opmerken. Daaruit volgt nog geen volledig conditierapport.

Voor een verzamelaar is dat onderscheid praktisch belangrijk. Wanneer een specialist op een foto zegt dat een schilderij “er goed uitziet”, kan dat een nuttige eerste indruk zijn. Het betekent niet noodzakelijk dat is gecontroleerd of de verflaag stabiel is, hoeveel retouche aanwezig is, of oude bedoeking of parkettering structurele gevolgen heeft, of hoe uitgebreid een vernislaag is vergeeld.

Niet iedere foto-expertise is dezelfde foto-expertise

Ook de formulering “op basis van foto’s” is op zichzelf onvolledig. Heeft de expert professionele opnamen van de volledige voorzijde en achterzijde gezien? Waren de kleuren gekalibreerd? Was er reflectie op het vernis? Is het schilderij gefotografeerd onder glas? Zijn details bij daglicht én gecontroleerd kunstlicht opgenomen? Kreeg de expert ook een technisch rapport, provenance-documentatie en oude foto’s toegestuurd?

Kan een expert vanaf een foto iets uitsluiten?

Soms kan een fotografisch oordeel juist verrassend krachtig zijn. Wanneer een kenner op een afbeelding onmiddellijk eigenschappen ziet die fundamenteel onverenigbaar zijn met een kunstenaar, kan dat voldoende zijn om verdere belangstelling te verliezen.

Dat iets op een foto duidelijk níét overtuigt, kan soms voldoende reden zijn om een toeschrijving af te wijzen of nader onderzoek niet zinvol te achten. Dat iets fotografisch juist zeer overtuigend oogt, bewijst minder snel dat alle materiële en kunsthistorische gegevens eveneens kloppen.

Een reproductie kan niet vanzelf uitsluiten dat onder een overtuigend oppervlak moderne materialen zitten. Daarom is “het ziet er goed uit” bij authenticiteitsonderzoek nooit hetzelfde als “het is aangetoond authentiek”.

Röntgenopname van een vijftiende-eeuws schilderij. Röntgenonderzoek kijkt als het ware door het zichtbare oppervlak heen en kan informatie geven over verfopbouw, constructie en veranderingen tijdens het schilderproces. Dat soort gegevens kan een expert niet uit een gewone foto afleiden.

Wat betekent een foto-expertise dan voor de marktwaarde?

In de praktijk kan een oordeel van een gezaghebbende oeuvre-specialist zeer belangrijk zijn, ook wanneer het alleen vanaf fotografie is gegeven.

Voor bepaalde kunstenaars bestaat een klein aantal deskundigen wier mening zwaar meeweegt bij catalogisering, verkoopbaarheid en acceptatie door de markt. Een expliciete ondersteuning van een bekende specialist kan daarom commercieel relevant zijn. Maar de formulering on the basis of a photograph moet in dat geval deel blijven uitmaken van de informatie.

Voor een serieuze koper zijn vervolgens minstens vier vragen relevant: wat was de precieze formulering van het oordeel, welke documentatie heeft de deskundige gezien, is het schilderij later fysiek onderzocht en bestaan er technische gegevens die het oordeel ondersteunen of compliceren?

Een foto kan een goede eerste expertise opleveren, maar geen fysiek onderzoek vervangen

Beoordelen vanaf foto’s heeft bovendien een lange traditie binnen het connoisseurship en is in de internationale Old Master-markt nog steeds een normale praktijk. Een foto-expertise kan serieus kunsthistorisch gewicht hebben, vooral wanneer zij afkomstig is van iemand met uitzonderlijke kennis van een specifiek oeuvre. Zij kan een toeschrijving ondersteunen, een nieuwe onderzoeksrichting openen of juist duidelijk maken dat een vermeende ontdekking weinig kansrijk is.

De expert heeft een representatie van het schilderij beoordeeld, niet noodzakelijk het volledige fysieke object. Voor oude meesters is die beperking wezenlijk, omdat juist de combinatie van stilistische waarneming, objectonderzoek, provenance en technische gegevens een toeschrijving sterker of zwakker kan maken. Een foto kan dus voldoende zijn voor een gefundeerde mening.

Hoe dichter die mening echter komt bij een definitieve uitspraak over auteurschap, authenticiteit of conditie, hoe belangrijker de vraag wordt welke informatie de expert níét heeft kunnen zien.

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Noten en bronnen

[1] Villa I Tatti, The Harvard University Center for Italian Renaissance Studies, “Photograph Archives” en “Bernard and Mary Berenson”.

[2] Canadian Conservation Institute, “Condition Reporting – Paintings. Part II: Examination Techniques and a Checklist”, CCI Notes 10/7.

[3] Sotheby’s, Important Old Master Paintings including European Works of Art, 2008, lot 316, Attributed to Frans Hals. De catalogus vermeldt dat Seymour Slive vanaf fotografie voorzichtig aan een kopie dacht, terwijl latere inspectie van het paneel tot een andere interpretatie leidde.