• Bericht gepubliceerd op:
  • Berichtcategorie:Marktobservaties
  • Leestijd:10 min. lezen

Een schilderij kopen op een regionale veiling, het onderzoeken, beter catalogiseren en vervolgens aan een breder publiek aanbieden. Het is de klassieke handelswijze van de kunsthandel. Wat verandert is niet dat, maar de mate waarin de eerdere verkoop daarbij zichtbaar blijft. Bij oude meesters wordt een recente veiling steeds vaker onderdeel van het verhaal in plaats van iets wat tussen inkoop en doorverkoop verdwijnt.

In maart 2018 werden op TEFAF Maastricht twee oude meesters gekocht bij een handelaar voor samen €5 miljoen. Jan Brueghel the Elder’s River Landscape with Fishers and a Cart voor €3 miljoen en een winterlandschap van Salomon van Ruysdael voor €2 miljoen.

Beide schilderijen waren kort daarvoor openbaar geveild. De Brueghel was op 18 november 2017 bij Lempertz in Keulen verkocht voor €1.450.000 inclusief opgeld, tegen een schatting van €1,2-1,5 miljoen.[1] De Van Ruysdael was op 8 juni 2017 bij Sotheby’s New York verkocht voor $880.000, tegen een schatting van $800.000-1,2 miljoen.[2]

Die recente veilingen vormden vervolgens een belangrijk aspect in het conflict tussen koper en verkoper. De koper stelde dat hij de werken niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gekocht wanneer hij hun recente marktgeschiedenis had gekend. De galerie verdedigde juist de traditionele positie van de handel. De plaats waar een dealer zijn voorraad heeft ingekocht, is niet noodzakelijk hetzelfde als de provenance van het object. Daar zat een spanning die inmiddels veel groter is geworden.

Jan Brueghel the Elder, River Landscape with Fishers and a Cart, c. 1606, oil on copper, 32.7 × 40.6 cm. Het schilderij werd op 18 november 2017 bij Lempertz in Keulen verkocht voor €1.450.000 inclusief opgeld en werd vervolgens op de Tefaf te koop aangeboden.

Geen nieuwe rechtsregel

De procedure kwam voor de Engelse High Court en werd uiteindelijk in januari 2020 in vertrouwelijke arbitrage beslist.[3] Dat maakt de zaak niet minder relevant. Het bracht een oude handelsgewoonte in botsing met een markt waarin openbare veilingen steeds eenvoudiger zijn terug te vinden. Wat voor een handelaar een inkoopbron was, kon door een koper worden beschouwd als relevante informatie over de recente geschiedenis en waardering van het schilderij.

Zelfs het begrip provenance blijkt daarbij minder simpel dan het in de handel soms wordt gebruikt. Voor de handelaar kan een veiling puur zijn waar voorraad werd ingekocht. Voor de koper is het ook een gedateerd moment waarop hetzelfde schilderij openbaar werd beschreven, toegeschreven en gewaardeerd.

Adriaen Coorte, Still Life with a Butterfly, Apricots, Cherries, and a Chestnut, 1685. Bij Skinner in Boston werd het werk in 2006 nog aangeboden als ‘Dutch School, 17th Century Style’. Sotheby’s catalogiseerde het in 2011 als Coorte en liet de eerdere, veel algemenere toeschrijving gewoon in de provenance staan.

De verandering begon al eerder

Een treffend voorbeeld is Adriaen Coorte’s Still Life with a Butterfly, Apricots, Cherries, and a Chestnut, door Sotheby’s New York in 2011 aangeboden met een schatting van $200.000-300.000. Het veilinghuis vermeldde expliciet dat het schilderij op 17 november 2006 bij Skinner in Boston was geveild als “Dutch School, 17th Century Style”, daar was gekocht door een handelaar en vervolgens via die galerie bij een particuliere verzamelaar terechtkwam.[4]

Een schilderij verschijnt relatief anoniem of verkeerd gecatalogiseerd bij een kleiner veilinghuis, wordt herkend of opnieuw onderzocht en komt vervolgens terecht bij een handelaar of internationaal veilinghuis. Het was dus al gebruikelijk om dit te vermelden.

Ook Christie’s was al eerder begonnen zijn provenancecontroles te verzwaren. Consignors moesten uitgebreidere en beter verifieerbare informatie over de eigendomsgeschiedenis verstrekken. Er is een duidelijke commerciële relatie tussen beter gedocumenteerde provenance, vertrouwen en gerealiseerde prijzen.[5] De trend richting meer documentatie liep dus al.

Marten van Cleve, The Procession of the Bride, oil on panel, 26.2 × 38.8 cm. Het paneel werd in juni 2025 bij Hampel in München aangeboden met een schatting van €60.000-80.000 en verscheen acht maanden later bij Christie’s New York met een schatting van $30.000–50.000.

Een Van Cleve die twee keer opdook

Een recente Marten van Cleve laat goed zien hoe ingewikkeld die transparantie in de praktijk kan zijn. Op 26 juni 2025 bood Hampel in München The Procession of the Bride aan, een klein paneel van 26,2 bij 38,8 centimeter met een bruidsprocessie onder aanvoering van een doedelzakspeler. Hampel schatte het werk op €60.000-80.000.[6]

Acht maanden later verscheen hetzelfde paneel bij Christie’s New York, met dezelfde afmetingen en dezelfde oudere provenance. Het werd daar opnieuw als Marten van Cleve aangeboden, nu met een schatting van slechts $30.000–50.000.[7] Christie’s plakte er niet simpelweg een hogere waardering op omdat daar “de echte kopers” zitten. De schatting was juist aanzienlijk lager.

Een recente verkoop werd niet verzwegen. Wanneer het schilderij immers onverkocht bleef, vond er geen eigendomsoverdracht plaats. Veiling historie en provenance zijn niet exact hetzelfde. Een werk kan meerdere malen openbaar zijn aangeboden zonder van eigenaar te veranderen.

Waar het veilinghuis wel een verschil maakt

Een andere Marten van Cleve laat beter zien hoe waarde kan worden toegevoegd. Christie’s New York verkocht op 25 mei 2023 Interior of a farmhouse with a wet nurse, een paneel van 74,9 bij 83,7 centimeter. De provenance was een “Anonymous sale; Hampel Fine Art Auctions, Munich, 3 December 2020, lot 453, where acquired by the present owner.”[8] De eerdere veiling was dus gewoon zichtbaar.

Christie’s schatte het werk op $70.000-100.000 en het bracht ongeveer $82.000 inclusief opgeld op. Het schilderij werd in verband gebracht met een verloren compositie van Pieter Bruegel the Elder, met verwante versies door diens zonen.[8]

Daar zit de werkelijke kracht van het veilinghuis. Specialistische catalogisering, kunsthistorische vergelijking, technische analyse, provenanceonderzoek, internationale marketing en toegang tot een geconcentreerd netwerk van verzamelaars kunnen de marktpositie van een werk wezenlijk veranderen.

Voor oude meesters kan dat veel uitmaken. Een regionaal huis kan een goed schilderij correct aanbieden en toch niet tegelijkertijd de paar verzamelaars bereiken voor wie juist die kunstenaar, dat onderwerp of die toeschrijving relevant is.

Attributed to Angelica Kauffman, R.A., A dog lying down in a landscape. Finarte bood het schilderij in 2023 aan als ‘Italian School, 19th Century’, Sworders in 2024 als ‘Continental School, 19th Century’. Christie’s behield beide eerdere veilingen in de provenance nadat nieuw onderzoek tot de Kauffman-toeschrijving had geleid.

Van ‘Italian School’ naar Angelica Kauffman

Een schilderij dat Christie’s in december 2025 aanbood als Attributed to Angelica Kauffman, R.A., A dog lying down in a landscape had kort daarvoor twee heel andere namen gehad. Finarte in Rome bood het op 21 februari 2023 aan als “Italian School, 19th Century”. Sworders in Stansted volgde op 19 november 2024 met “Continental School, 19th Century”. Christie’s vermeldde beide veilingen, de lotnummers en de eerdere toeschrijvingen.[9]

Daarna kwam het specialistische onderzoek. Het schilderij werd onderzocht door een onderzoeksproject en zij schreven het toe aan Kauffman. De hond bleek verband te houden met dieren in Kauffmans grote portret van Ferdinand IV en zijn familie. Christie’s vermeldde bovendien dat het werk in het toekomstige catalogue raisonné zou worden opgenomen als “attributed to Angelica Kauffman”.[9]

Het resultaat was overigens niet spectaculair. De schatting bedroeg $16.000-24.000 en het werk bracht $21.000 inclusief opgeld op.[9] Maar juist daarom is het voorbeeld relevant. Het veilinghuis hoefde de eerdere, veel zwakkere toeschrijvingen niet te verbergen om de nieuwe toeschrijving overtuigend te presenteren.

De database veranderde de machtsverhouding

Twintig of dertig jaar geleden vereiste het achterhalen van oude veilingprijzen toegang tot catalogusbibliotheken, geannoteerde exemplaren, kaartindexen en het geheugen van handelaren en specialisten. Inmiddels zijn miljoenen veilingen digitaal doorzoekbaar. Een openbare veiling verdwijnt daardoor nauwelijks nog.

Dat verandert de markt. Het niet noemen van een recente verkoop beschermde ooit de marge omdat de koper die verkoop mogelijk nooit zou vinden. Tegenwoordig kan hetzelfde stilzwijgen juist argwaan oproepen zodra een image search of database binnen enkele minuten dezelfde compositie en afmetingen oplevert.

De kunsthandel verdient juist aan kennis, risico, restauratie, onderzoek, transport en het vermogen een verkeerd begrepen schilderij correct te herkennen. Een werk dat als “Flemish School” binnenkomt en na gedegen onderzoek overtuigend aan een specifieke meester kan worden gekoppeld, is commercieel niet meer hetzelfde object. De hoeveelheid onzekerheid rond dat object is veranderd. De handelaar moet dus kunnen uitleggen waarom zijn kennis er vervolgens waarde aan heeft toegevoegd.

Marten van Cleve I, Interior of a farmhouse with a wet nurse. Toen Christie’s het paneel in 2023 aanbood, vermeldde het veilinghuis expliciet de vorige verkoop bij Hampel in München op 3 december 2020, lot 453, waar de toenmalige eigenaar het had verworven.

Geen volledige openheid

Particuliere eigenaren blijven vaak anoniem. Niet iedere mislukte veiling wordt genoemd. Private transacties zijn vaak helemaal niet publiek en een veilinghuis vertelt vanzelfsprekend niet wat een consignor zelf voor een schilderij heeft betaald. Zo transparant is het dus ook weer niet.

Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar wanneer hetzelfde schilderij enkele jaren later met een nieuwe toeschrijving of veel hogere waardering verschijnt, wordt de voorgaande veiling zelf relevante informatie. Bij de Brueghel en Van Ruysdael ging het om zeer recente openbare verkopen voordat de werken tegen aanzienlijk hogere prijzen verschenen.

De kunsthandel krijgt een langer geheugen

Veilingarchieven zijn digitaal en kopers kunnen eerdere prijzen terugvinden. Foto’s blijven online staan. En een schilderij dat bij een klein huis wordt ontdekt, verliest zijn vorige identiteit niet automatisch wanneer het enkele maanden later bij een internationaal veilinghuis verschijnt.

Voor de handel in oude meesters is dat eerder een verschuiving in argumentatie dan een bedreiging van het verdienmodel. De relevante vraag blijft namelijk, wat is er sinds die eerdere verkoop ontdekt dat verklaart waarom het schilderij nu anders moet worden gezien? Daarmee verdwijnt de marge niet, maar die moet vaker worden gerechtvaardigd door connoisseurship en onderzoek.

Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?

Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.

Noten en bronnen

[1] Lempertz, Old Master Paintings, Drawings, and Sculpture, Keulen, 18 november 2017, lot 2030, Jan Brueghel the Elder, River Landscape with Fishers and a Cart. Schatting €1,2-1,5 miljoen, resultaat €1.456.000 inclusief opgeld.

[2] Sotheby’s, Master Paintings, New York, 8 juni 2017, lot 54, Salomon van Ruysdael, winterlandschap met de Utrechtse Dom en Huis Groenewoude. Schatting $800.000-1,2 miljoen, resultaat $882.500 inclusief opgeld.

[3] Littleton Chambers, profiel Jonathan Cohen KC, zaak The Klesch Collection Ltd v The Richard Green Gallery. Volgens de gepubliceerde case information werd de procedure na aanvang bij de High Court in januari 2020 in vertrouwelijke arbitrage beslist.

[4] Sotheby’s, Important Old Master Paintings & Sculpture, New York, 2011, lot 144, Adriaen Coorte, Still Life with a Butterfly, Apricots, Cherries, and a Chestnut. Provenance met Skinner, Boston, 17 november 2006, lot 1, als “Dutch School, 17th Century Style”.

[5] Luc Renneboog e.a., “In Art We Trust”, Management Science, onderzoek naar provenance-informatie en veilingresultaten.

[6] Hampel Fine Art Auctions, München, 26 juni 2025, Marten van Cleve the Elder, The Procession of the Bride, olie op paneel, 26,2 × 38,8 cm. Schatting €60.000-80.000.

[7] Christie’s, Old Master Paintings and Sculpture Part II, New York, 4 februari 2026, lot 103, Marten van Cleve, The Procession of the Bride, olie op paneel, 26,2 × 38,8 cm. Schatting $30.000-50.000.

[8] Christie’s, Old Masters, New York, 25 mei 2023, lot 18, Marten van Cleve I, Interior of a farmhouse with a wet nurse. Provenance: Hampel Fine Art Auctions, München, 3 december 2020, lot 453, “where acquired by the present owner”. Schatting $70.000-100.000, resultaat $81.900 inclusief opgeld.

[9] Christie’s, 3 december 2025, Attributed to Angelica Kauffman, R.A., A dog lying down in a landscape. Provenance met Finarte, Rome, 21 februari 2023, lot 5, als “Italian School, 19th Century”, en Sworders, Stansted, 19 november 2024, lot 269, als “Continental School, 19th Century”. Schatting £12.000-18.000; resultaat £15.240 inclusief opgeld.

Antonello.art

Wij zijn een kunsthistorisch platform met een sterke focus op de internationale kunstmarkt.Voor professionals, verzamelaars en kunsthistorici. Door middel van artikelen, marktanalyses, kunstenaarsbiografieën, veilingresultaten en historisch onderzoek proberen wij inzicht te geven in een markt die van oudsher niet altijd even transparant is. info@antonello.art