Op Catawiki wordt begin september een ongesigneerde Ecce Homo op paneel aangeboden als “kring van Carlo Dolci”, met een geschatte waarde van €1.600–2.000. De zichtbare kwaliteit is opvallend, maar interessanter is iets anders: paneeldrager, tekenwijze, gouden stralenkrans en gezichtstype sluiten merkwaardig goed aan bij de Spaans-Valenciaanse devotiekunst van de late zestiende eeuw.
Als een schilderij mogelijk verkeerd gecatalogiseerd is ligt soms de interessantste verschuiving niet van “kring van” naar “eigenhandig”, maar van de ene kunsthistorische wereld naar de andere. Dat lijkt bij deze Ecce Homo een serieuze mogelijkheid.
Catawiki presenteert het ongeveer 55 × 48 cm grote paneel als een zeventiende-eeuws Florentijns werk uit de kring van Carlo Dolci, met in de detailvelden zelfs het jaartal 1680. Op moment van schrijven stond het bod op €765; de minimumprijs was nog niet bereikt en Catawiki vermeldde een geschatte waarde van €1.600–2.000.[1] Op papier is dat een bescheiden oude-meesterkavel.

De kwaliteit zit in het gezicht
Christus verschijnt tegen een vrijwel zwarte achtergrond, halfnaakt onder een rode mantel. Het hoofd helt enigszins, maar de ogen zoeken rechtstreeks contact met de beschouwer. De doornenkroon is zwaar en bijna sculpturaal opgebouwd; daaromheen ligt geen zachte lichtkrans maar een waaier van tientallen uiterst dunne gouden stralen.
Vooral van dichtbij valt de precisie op. Oogleden, ooghoeken en pupillen zijn met een fijne, bijna tekenachtige beheersing opgebouwd. Kleine lichtpunten houden de ogen levend. De neus wordt met een betrekkelijk scherpe contour en beperkte tonaliteit gemodelleerd. Snor en baard bestaan uit afzonderlijk leesbare haren die over de onderliggende vleeskleur heen lijken te zijn gezet. De mond is klein, rood en scherp afgebakend.
De rode mantel is breder en eenvoudiger geschilderd. Daar is minder van de minutieuze afwerking van het gezicht te vinden. Dat verschil hoeft geen kwaliteitsprobleem te zijn; juist de concentratie van arbeidsintensieve detaillering in het gelaat past bij een devotiebeeld dat van dichtbij bekeken moest worden. En daar begint het probleem met Carlo Dolci.

Waarom Dolci niet de vanzelfsprekende vergelijking is
Carlo Dolci behandelde het onderwerp Ecce Homo herhaaldelijk. Een versie bij Christie’s meet 51,4 × 39,7 cm en wordt in de vroege jaren 1640 gedateerd. Deze en de nauw verwante eigenhandige versies zijn op doek geschilderd.[2] Een andere, grotere Ecce Homo van Dolci werd juist gekarakteriseerd door zijn minutieuze detail, lichtgevende bijna emailachtige oppervlak en de zijdeachtig gladde behandeling van de mantel.[3]
Dat is niet helemaal de schilderkunst die we hier zien. Het Catawiki-paneel is wel precies geschilderd, maar ‘droger’. De architectuur van het gezicht blijft zichtbaar: oogcontouren, wenkbrauwen, neusbrug, haren. Het goud van de stralenkrans werkt contrasterend tegen de zwarte grond. De rode draperie heeft niet de sensueel gladde, verzadigde afwerking die men bij Dolci verwacht.
Geen van deze punten bewijst dat het werk geen zeventiende-eeuwse Florentijnse navolging kan zijn. “Kring van Carlo Dolci” is bovendien veel ruimer dan een eigenhandige toeschrijving. Maar de vergelijking met gedocumenteerde Dolci’s verklaart het paneel minder goed dan de huidige catalogisering suggereert.

Vlaams of Nederlands?
Onze eerste reactie was overigens niet Spaans, maar eerder Vlaams of Nederlands. Dat heeft vooral te maken met de manier waarop het gezicht is opgebouwd. De vrij scherpe contouren, afzonderlijk getrokken baardharen, directe blik, donkere achtergrond en bijna tastbare aandacht voor ogen, mond en doornenkroon doen denken aan de Noord-Europese traditie van devotiebeelden. In dergelijke voorstellingen wordt Christus niet in een uitgewerkte narratieve scène geplaatst, maar bijna als een portret aan de beschouwer gepresenteerd.
In de Nederlanden circuleerden gedurende de vijftiende en zestiende eeuw talrijke borstbeelden van de lijdende Christus, voortbouwend op typen van onder anderen Dieric Bouts en zijn navolgers. Sotheby’s bood in 2019 bijvoorbeeld een Ecce Homo als North Netherlandish School, 16th Century aan en verwees daarbij naar de bredere traditie van Bouts, Quinten Massijs, Jan Mostaert en Hans Memling.[4] Het is compositorisch geen directe vergelijking met het Catawiki-paneel, maar het helpt verklaren waarom de lineaire detaillering en de geconcentreerde frontaliteit aanvankelijk zo noordelijk aandoen.

Juan de Juanes komt verrassend dichtbij
Een aanzienlijk vruchtbaardere vergelijking bevindt zich echter in het Museo del Prado. Juan de Juanes schilderde rond 1570 een Ecce Homo op paneel van 83 × 62 cm. Het is een van zijn meest verbreide directe en frontale voorstellingen van de met doornen gekroonde Christus.[5] Het gaat nadrukkelijk niet om dezelfde compositie. In het Prado-paneel zijn ook de gebonden handen en de rietstaf zichtbaar, terwijl het Catawiki-schilderij dichter op borst en gezicht is afgesneden.
Maar het visuele vocabulaire is opmerkelijk verwant: de donkere achtergrond; het frontaal naar buiten kijkende, licht gekantelde hoofd; de bleke huid tegenover roodachtige draperie; de minutieuze uitvoering; en vooral de uitgestraalde aureool. De iconografische modellen van Juanes werden bovendien door latere schilders gekopieerd en technisch en stilistisch aangepast. De interessantere hypothese is daarom dat het paneel behoort tot de Valenciaanse of bredere Hispano-Vlaamse traditie waarin dergelijke Juanes-achtige devotiebeelden in de tweede helft van de zestiende eeuw en rond 1600 werden geproduceerd en herhaald.

En dan is er Luis de Morales
Ook Luis de Morales maakt duidelijk waarom een Spaanse context serieus onderzocht moet worden. Zijn Ecce Homo uit circa 1560–1570 in het Prado is eveneens op paneel geschilderd en meet 73 × 50,5 cm.[6] Het aangeboden schilderij is geen typische Morales. Het gezicht is voller en rustiger en mist de bijna uitgemergelde intensiteit van diens bekendste devotiebeelden. Maar de vergelijking maakt wel duidelijk dat precies de elementen die op het Catawiki-paneel opvallen in het zestiende-eeuwse Spanje volkomen thuis zijn.
Daarmee krijgt die eerste Vlaamse indruk juist betekenis. De Spaanse schilderkunst van de zestiende eeuw stond intensief in contact met de Vlaamse schildertraditie. Wat op het eerste gezicht Noord-Europees aandoet, hoeft een Spaanse situering dus niet tegen te spreken. Integendeel: Hispano-Vlaams kan bij een schilderij als dit meer verklaren dan een eenvoudige keuze tussen Nederlands of Spaans.
Een goede marktvergelijking
Artcurial verkocht op 12 februari 2025 in Parijs een Ecce Homo dat het catalogiseerde als École hispano-flamande vers 1600, d’après Juan de Juanes. Het was olieverf op eiken paneel, 57 × 42,5 cm. Het werd gepresenteerd als een herneming van Juanes’ compositie in het Prado. Het schilderij werd op €3.000–4.000 geschat en bracht zo’n €6.000 op.[7] Een nieuwe catalogisering garandeert op zichzelf geen waardesprong. Bij anonieme oude meesters bepaalt de overtuigingskracht van datering, school, kwaliteit en technische onderbouwing veel meer dan het vervangen van de ene beroemde naam door de andere.
Geen Juan de Juanes, maar mogelijk wel het verkeerde eeuwvak
De meest verleidelijke fout zou nu zijn om van een twijfelachtige Carlo Dolci meteen een “circle of Juan de Juanes” te maken. De compositie is niet identiek aan de bekende Juanes-versie. We hebben verdere geen technische gegevens beschikbaar en ook een zeventiende-eeuwse schilder kan bewust een ouder devotioneel type hebben hernomen.
Maar de bestaande catalogisering overtuigt evenmin. De combinatie van paneeldrager, lineaire gezichtstekening, behandeling van haar en ogen, bijna zwarte achtergrond en fijne gouden stralenkrans past opvallend natuurlijk binnen de Spaanse devotionele schilderkunst van de tweede helft van de zestiende eeuw. De vergelijkingen met Juan de Juanes en, op grotere afstand, Luis de Morales verklaren het beeld als geheel beter dan de bekende Ecce Homo-groep van Carlo Dolci.
Daar ligt ook de reden waarom dit lot aandacht verdient. Niet omdat een schilderij van €1.600 plotseling noodzakelijk een vijf- of zescijferige ontdekking zou zijn, maar omdat de kunsthistorische context waarin het momenteel wordt verkocht mogelijk niet de juiste is. Dat maakt deze Ecce Homo vooral tot een connoisseurship-kavel: een schilderij waarbij de interessantste vraag voorlopig niet is wie het heeft geschilderd, maar waar en wanneer.
Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.
Noten en bronnen
[1] Catawiki, lot 105746639, “Carlo Dolci (1616–1686), Kring van – Ecce Homo”, geraadpleegd 1 september 2026.
[2] Christie’s, London, Carlo Dolci, Ecce Homo, oil on canvas, 51,4 × 39,7 cm.
[3] Christie’s, Old Masters Evening Sale, Carlo Dolci, Ecce Homo, oil on canvas, 93,3 × 77,5 cm.
[4] Sotheby’s, Old Masters Online, New York, 21 januari–5 februari 2019, lot 1003, North Netherlandish School, 16th Century, Ecce Homo, oil on panel, 35,9 × 22,9 cm; schatting $15.000–20.000.
[5] Museo Nacional del Prado, Juan de Juanes, Ecce Homo, ca. 1570, oil on pine panel, 83 × 62 cm, inv. P000848.
[6] Museo Nacional del Prado, Luis de Morales, Ecce Homo, 1560–1570, oil on panel, 73 × 50,5 cm, inv. P000941.
[7] Artcurial, Maîtres anciens et du XIXe siècle, Parijs, 12 februari 2025, lot 356, École hispano-flamande vers 1600, d’après Juan de Juanes, Ecce Homo, oil on oak panel, 57 × 42,5 cm; estimate €3.000–4.000; resultaat circa €6.000.