Een 19de-eeuws stilleven ‘in de trant van’ Edwaert Collier, geschat op €300–500, bracht op 5 september bij Lyon Enchères €30.000 hamer op. Een klein koper naar Bartholomeus Breenbergh steeg in dezelfde verkoop van €400–600 naar €9.000. De bedragen bewijzen geen nieuwe toeschrijvingen. Maar ergens tussen de estimate en de hamerprijs besloten meerdere bieders dat de catalogus misschien niet het hele verhaal vertelde.
Lot 73, een klein schilderijtje op eikenhout van 14 bij 21,5 centimeter. Geen grote naam in de catalogus, geen indrukwekkende provenance en geen optimistische estimate. Lyon Enchères omschreef het als Nederlandse school, 19de eeuw, dans le goût de Edouard Collier, in de trant van Edwaert Collier. Richtprijs: €300–500. De hamer viel op €30.000.[1]
Het is een resultaat dat de hele catalogisering tijdelijk op losse schroeven lijkt te zetten. Zestig keer de bovenschatting voor een schilderijtje dat niet als Collier, niet als atelier van Collier, niet als navolger uit zijn eigen tijd, maar expliciet als een 19de-eeuwse navolging werd aangeboden. En het was niet het enige vreemde resultaat die middag.
Een paar uur eerder was een nog kleiner werk langsgekomen: Tobie et l’Ange, 12 bij 16,5 centimeter, olieverf op koper. Het veilinghuis plaatste het in de Romeinse school van de 17de eeuw en catalogiseerde het als een navolger van Bartholomeus Breenbergh. Estimate: €400–600. Ook daar hield de catalogusprijs nauwelijks stand. Het werk bracht €9.000 hamerprijs op.[2]
Wat moeten verschillende bieders in deze objecten hebben gezien om de gepubliceerde waardering zo radicaal achter zich te laten?

Twee prijzen voor hetzelfde schilderij
Een voorzichtige attributie, een onbekende provenance, een paneel dat ouder lijkt dan verwacht, een compositie die iemand herkent, een signatuur die nadere bestudering verdient. Dan koopt een specialist niet alleen het schilderij zoals het op dat moment wordt aangeboden, maar ook de mogelijkheid dat de catalogisering later kan worden aangescherpt.
Daar bestaat een hele handel omheen. Het klassieke sleeper-scenario is bekend: een werk wordt voorzichtig aangeboden, een handelaar ziet meer, laat het schoonmaken of technisch onderzoeken, consulteert een specialist en probeert vervolgens een sterkere toeschrijving te verkrijgen. Maar het Lyonse geval past daar niet helemaal netjes in. Vooral €30.000 voor de vermeende Collier is daarvoor al veel geld.

Een Collier die volgens de catalogus geen Collier is
Het paneeltje draagt rechtsonder de letters ‘EC’. De voorstelling behoort bovendien tot precies het soort beeldwereld waarmee Edwaert Collier (1642–1708) bekend werd: stillevens waarin boeken, instrumenten, globes, papieren en vanitassymboliek zorgvuldig over elkaar zijn gelegd.
Wie Collier wilde imiteren, schilderde niet toevallig een landschap met koeien; hij greep naar het repertoire waaraan Collier herkenbaar was. Ook een monogram ‘EC’ kan eenvoudig onderdeel van zo’n historische pastiche zijn. Toch bevat het Lyonse paneeltje precies genoeg elementen om een specialist tijdens een kijkdag langer te laten staan.
Collier gebruikte zelf het monogram EC. Het National Museum of Western Art in Tokio bezit bijvoorbeeld een geaccepteerde Vanitas, Still Life with Books and Manuscripts and a Skull uit 1663 op paneel, gemonogrammeerd en gedateerd ‘EC 1663’.[3] Globes keren herhaaldelijk terug in zijn oeuvre. Het verschil tussen €500 en €30.000 suggereert wel dat minstens twee partijen bereid waren aanzienlijk geld te zetten achter een interpretatie die afweek van de meest voorzichtige lezing van het werk.

Juist €30.000 maakt het raadsel groter
Wie alleen naar recordprijzen kijkt, zou het resultaat gemakkelijk kunnen verklaren. Stel dat het werk ooit als eigenhandige Collier wordt geaccepteerd: dan was €30.000 misschien goedkoop. Maar zo eenvoudig is de markt van Edwaert Collier niet.
In mei 2025 verkocht Lempertz een klein, gesigneerd en 1676 gedateerd vanitasstilleven van Collier, eveneens op paneel en slechts 19,5 bij 17 centimeter groot. Het werk bracht €15.120 inclusief opgeld op.[4] Een maand eerder had Dorotheum een veel groter vanitasstilleven, gesigneerd en gedateerd 1694, voor €10.400 verkocht.[5]
Daar staat tegenover dat een andere kleine Collier bij Lempertz in 2022 naar €125.000 inclusief opgeld steeg. Dat werk had echter een geheel ander profiel: het was als eigenhandig geregistreerd bij het RKD, had een historische provenance, was tentoongesteld en gepubliceerd en kende bovendien een relevante restitutiegeschiedenis.[6]
De hamerprijs ligt niet slechts ver boven wat je voor een 19de-eeuwse navolging zou verwachten. Hij ligt ook boven verschillende recente resultaten voor schilderijen die wél als eigenhandige Collier werden aangeboden.

De Breenbergh is een andere puzzel
Bij Tobias en de engel ligt de situatie anders. Lyon Enchères dateerde het werk al in de 17de eeuw. De potentiële verschuiving bevindt zich dus niet primair in de datering, maar in de afstand tot Bartholomeus Breenbergh (1598–1657).
Breenbergh werkte jarenlang in Italië en werd een van de belangrijkste Nederlandse schilders van Italianiserende landschappen. Na zijn terugkeer naar Amsterdam speelden Bijbelse en mythologische onderwerpen een steeds grotere rol in zijn oeuvre. Kleine schilderijen op paneel en koper passen zonder moeite binnen zijn productie.[7]
Nog relevanter is dat Tobias en de engel daadwerkelijk voorkomt binnen de wereld rond Breenbergh. Christie’s bood in Londen in 2019 een paar schilderijen aan als eigenhandige Breenbergh: Tobias and the Angel en The Journey to Emmaus. Beide waren uitgevoerd in olieverf op koper en maten ieder 16,3 bij 22,2 centimeter.[8]
Dat is opmerkelijk dicht bij de 12 bij 16,5 centimeter van het Lyonse werk. Het paar bracht £15.000 op tegen een estimate van £12.000–18.000.[8] Daarmee krijgt de biedstrijd in Lyon ineens een veel concretere context. Een specialist hoefde niet abstract te speculeren dat Breenbergh “ook wel eens zoiets schilderde”. Er bestaat een als eigenhandig aangeboden Tobias and the Angel op dezelfde drager en in een vergelijkbaar klein formaat.

En precies daar zit het gevaar
Juist bij Breenbergh laat de kunstgeschiedenis zien waarom visuele herkenning niet hetzelfde is als toeschrijving. Het Louvre bezit een tekening met Tobias en de engel in een ruïnelandschap. Het blad werd vroeger aan Breenbergh zelf toegeschreven. Tegenwoordig catalogiseert het museum het als manière de Bartholomeus Breenbergh en beschrijft het als een kopie naar een tekening van Breenbergh in Grenoble.[9]
Een werk kan dicht bij een kunstenaar staan. Het kan diens compositie volgen, hetzelfde onderwerp behandelen, uit dezelfde eeuw komen en zelfs jarenlang op zijn naam hebben gestaan, en toch niet door hem zijn uitgevoerd.
Toen de estimate betekenisloos werd
Wat de twee Lyonse resultaten laten zien, is hoe snel een lage estimate haar functie kan verliezen. Bij €300–500 kan een veilinghuis een schilderij voorzichtig positioneren en de markt uitnodigen zelf te oordelen. Maar zodra twee of meer gespecialiseerde kopers tot duizenden euro’s doorbieden, wordt niet langer de catalogisering verhandeld.
Misschien meende iemand bij de Breenbergh een specifieke compositie of hand te herkennen. Misschien zag een koper bij de Collier materiaaltechnische kenmerken die een 19de-eeuwse datering minder vanzelfsprekend maakten. Misschien beschikken de betrokken partijen over vergelijkingsmateriaal dat niet in de catalogus werd genoemd.
Vooral de Collier stelt de markt voor een interessante vraag. Voor €1.000 of €2.000 zou men kunnen spreken van een goedkope gok. Twee weinig spectaculaire cataloguslots veranderden tijdens het bieden in heel andere objecten. Niet omdat er op dat moment nieuw kunsthistorisch bewijs beschikbaar kwam, maar omdat meerdere marktpartijen bereid waren hun eigen lezing boven die van de catalogus te stellen.
Heeft u een bijzondere belangstelling voor deze kunstenaar of voor dit onderwerp?
Volgt u deze kunstenaar of bent u een werk tegengekomen waarover u meer wilt weten? Wij doen regelmatig onderzoek naar werken die op de markt verschijnen en wisselen graag van gedachten over kwaliteit, provenance, kunsthistorische context en eerdere verkoopresultaten. U kunt ons rechtstreeks bereiken via info@antonello.art.
Noten en bronnen
[1] Lyon Enchères, Tableaux anciens – Mobilier & Objets d’art, Lyon, 5 september 2026, lot 73, “École hollandaise du XIXe siècle, dans le goût de Edouard Collier, Nature morte au globe céleste”; eiken paneel, 14 × 21,5 cm; estimate €300–500; hamerprijs €30.000.
[2] Lyon Enchères, dezelfde verkoop, lot 21, “École romaine du XVIIe siècle, suiveur de Bartholomeus Breenbergh, Tobie et l’Ange”; olieverf op koper, 12 × 16,5 cm; estimate €400–600; hamerprijs €9.000.
[3] National Museum of Western Art, Tokyo, Edwaert Collier, Vanitas, Still Life with Books and Manuscripts and a Skull, 1663, olieverf op paneel, 56,5 × 70 cm, gemonogrammeerd en gedateerd ‘EC 1663’.
[4] Lempertz, Old Masters and 19th Century Part I, Keulen, 17 mei 2025, lot 1026, Edwaert Collier, Vanitas Still Life with a Skull, Bust, Clock, Globe and Bottle; 19,5 × 17 cm; resultaat €15.120 inclusief opgeld.
[5] Dorotheum, Old Masters, Wenen, 29 april 2025, Edwaert Collier, vanitasstilleven, gesigneerd en gedateerd 1694, 74 × 62,5 cm; resultaat €10.400.
[6] Lempertz, Alte Kunst, Keulen, 21 mei 2022, lot 2096, Edwaert Collier, Vanitas Still Life with Nautilus Chalice and Bust, 30 × 24,5 cm; estimate €8.000–12.000; resultaat €125.000 inclusief opgeld.
[7] Taco Dibbits, “Bartholomeus Breenbergh, Jacob Wrestling with the Angel, 1639”, in J. Bikker (red.), Dutch Paintings of the Seventeenth Century in the Rijksmuseum, Amsterdam: Rijksmuseum, 2007.
[8] Christie’s, Old Masters Day Sale, Londen, 5 juli 2019, lot 141, Bartholomeus Breenbergh, Tobias and the Angel; and The Journey to Emmaus, olieverf op koper, ieder 16,3 × 22,2 cm; estimate £12.000–18.000; geregistreerd resultaat £15.000.
[9] Musée du Louvre, Département des Arts graphiques, INV 22546, Paysage avec devant des ruines Tobie et l’ange, tegenwoordig “manière de Bartholomeus Breenbergh”, voorheen aan Breenbergh toegeschreven.